Verslag/Rapport van een incident bij een visverkoop
Origineel
Verslag/Rapport van een incident bij een visverkoop 30 juli 1942 No 28/5/1 M. 1942 31/7 T, die was belast met het toezicht op het in de rij staande publiek
Lindengracht 30 Juli 1942.
Hedenmorgen bij de verkoop van gerookte aal kwam als eerste klant de Agt. C Smit de hal [marge: waar de verkoop plaats vond] in en wenschte 6 pond gerookte aal. Smit had een persoon [tussenvoegsel: in burger] bij zich, dien hij de hal [tussenvoegsel: binnen] loodste en deze moest op zijn bevel ook 1 pond aal hebben.
Ik vroeg hem wie de persoon was, en ik kreeg ten antwoord: „Dat gaat je niet aan; hij moet een pond aal hebben.” En voor hem moest 6 p aal apart gehouden worden. Ik gaf Smit te kennen dat het toch niet aanging zooveel aal te bestellen, waarop hij antwoordde: „Ik heb met jou toch zeker niets te maken; ik zal toch bestellen wat ik wil.” Ik zei hem, dat hij 1 p aal kon krijgen en niets meer, waarop hij zeide: „Ik zal me een beetje door het marktwezen laten controleeren, dat moet er net nog bijkomen, en vervolgens, zeg, je wil er toch zeker wel rekening mee houden, dat je daar straks met die twee Volendammers ook maar wat opgeschreven hebt; die brachten ook hun heele toewijzing niet, denk er om als je met mij begint ben je nog niet klaar, en ben je ook die vischkoopman vergeten, waar ik die aal van gehad heb, je weet wel wat ik bedoel.” Dus zeide hij: „Ik moet 6 p: aal hebben en daar mee uit, dat moet er g.v.d. nog bijkomen, dat ik me een beetje de wet laat stellen!” De koopman vroeg Dit document is een ooggetuigenverslag van machtsmisbruik en intimidatie door een politieagent (Agent C. Smit) op de Amsterdamse Lindengracht-markt tijdens de Duitse bezetting.
De kern van het incident is de verdeling van schaarse goederen (gerookte paling). Terwijl de normale toewijzing blijkbaar één pond per persoon was, eiste de agent zes pond voor zichzelf en loodste hij illegaal een bekende in burger naar binnen voor een extra pond. Wanneer de marktambtenaar hem terechtwijst, reageert de agent agressief en intimiderend. Hij dreigt de ambtenaar te ontmaskeren voor eerdere onregelmatigheden (met "twee Volendammers" en een andere "vischkoopman"), wat duidt op een klimaat van corruptie, wederzijdse chantage en spanning onder de zware druk van de voedselschaarste. Het taalgebruik is direct en ongefilterd ("g.v.d.", "dat gaat je niet aan"). In de zomer van 1942 was de Tweede Wereldoorlog in Nederland in volle gang en was het distributiesysteem voor voedsel strikt. Schaarste leidde vaak tot spanningen in de wachtrijen op markten zoals de Lindengracht in de Jordaan. Ambtenaren en politieagenten bevonden zich in een positie waarin zij toezicht moesten houden op de eerlijke verdeling, maar sommigen gebruikten hun autoriteit om extra rantsoenen voor zichzelf of bekenden op te eisen (zogenaamde 'vriendjespolitiek' of zwarte handel).
De notitie bovenaan het document over een zekere "T" die belast was met het toezicht op de rij, suggereert dat dit verslag onderdeel was van een intern onderzoek naar wangedrag of corruptie binnen de ordediensten of het marktwezen in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. C. Smit Marktwezen