Handgeschreven rapport/brief.
Origineel
Handgeschreven rapport/brief. Het document refereert aan gebeurtenissen op 31 juli en 1 augustus 1942. De paarse stempel rechtsboven geeft de datum 25 september 1942 aan. Vermoedelijk een persoon genaamd 'De Wolff' (gezien de inhoud van de tekst). De Inspecteur van het Marktwezen, alhier (Amsterdam). N.B. De spelling is aangehouden zoals in het origineel (inclusief toenmalige spelling van o.a. 'vischkoopman' en 'onheusche').
[Linksboven in potlood/pen:] n.i. Vr. Lieburglo.
[Stempel:] № 28/5/5 - M. 1942 [Handgeschreven:] 25/9
[Rechtsboven:]
Aan den Inspecteur
vh Marktwezen
alhier.
Op 31 Juli en 1 Augustus 1942 heb ik U een
rapport doen toekomen aangaande het onheusche
optreden van den Agent v Politie C. Smit, dienst-
doende aan het posthuis Westerstraat.
Deze rapporten werden door U doorgestuurd.
Naar aanleiding hiervan ben ik op het politie-
bureau ontboden om deze zaak nader uiteen
te zetten. Tevens is de vischkoopman A de Groot,
die in mijn vorig rapport (genoemd) wordt gehoord en
zijn broer M de Groot, die ook bij deze kwestie
tegenwoordig was. Dit ter inleiding.
Wat is nu het geval, Agent Smit spreekt
met de vrouw van den vischkoopman W Botter,
beter bekend onder haar meisjesnaam Marie
Jansen. Er wordt door hun over deze aangelegen-
heid gesproken en Smit spreekt zich uit en
zegt: "De Wolff zoekt me; hij heeft een hekel
aan ons, omdat wij Nat.-Socialisten zijn."
Dit wordt door Marie Jansen tegengesproken.
Marie Jansen zegt: "Dat bestaat niet daar kan
ik de Wolff veel te goed voor; nee Smit
zoiets mag je niet zeggen!" Smit gaat
zelfs nog verder met te beweren, dat ik een
Communist ben. Deze uitlatingen door
een Agent van politie zijn m.i. van mijn... [tekst loopt door op volgende pagina] De schrijver van het document (waarschijnlijk de heer De Wolff) beklaagt zich over het gedrag van een politieagent, C. Smit, die gestationeerd was bij de Westerstraat in Amsterdam. Uit de tekst blijkt dat er een conflict gaande is waarbij de agent politieke beschuldigingen uit om zijn eigen gedrag te rechtvaardigen.
De kern van de klacht is tweeledig:
1. Politieke profilering: Agent Smit claimt dat de klager een hekel aan hem heeft omdat hij (Smit) een 'Nat.-Socialist' (Nationaalsocialist/NSB-er) is.
2. Laster/Gevaarlijke beschuldiging: Smit beschuldigt de klager er expliciet van een 'Communist' te zijn.
Een getuige, Marie Jansen, spreekt de agent hierop aan en verdedigt de integriteit van de klager. De klager beschouwt deze uitlatingen van een politiebeambte als zeer ernstig en schadelijk voor zijn positie. Dit document biedt een indringend kijkje in de maatschappelijke spanningen in bezet Nederland (1942). De politie in Amsterdam was in deze periode onderhevig aan sterke 'nazificatie'; veel agenten waren lid van de NSB.
De beschuldiging van 'communisme' was tijdens de bezetting levensgevaarlijk. De Duitse bezetter vervolgde communisten en linkse sympathisanten meedogenloos. Door iemand een communist te noemen, bracht een agent die persoon direct in levensgevaar. Dat een burger in deze tijd nog een officieel rapport durfde in te dienen tegen een nationaalsocialistische agent bij de Inspecteur van het Marktwezen, getuigt van een poging om via de formele weg rechtsbescherming te zoeken in een periode waarin de rechtsstaat snel aan het afbrokkelen was. De Westerstraat en de omliggende Jordaan waren bovendien buurten waar de politieke spanningen tussen de bevolking en de bezettingsgezinde politie vaak hoog opliepen. C. Smit N.B. De Marktwezen NSB Politie