Ambtelijke correspondentie (brief).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (brief). 17 december 1942. De Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden en de waarnemend Directeur. De Wethouder voor de Levensmiddelen te [Plaatsnaam niet gespecificeerd, aangeduid met "ALHIER"]. [Handgeschreven, linksboven:] Verzonden 17/12
[Handgeschreven, middenboven:] Kritenburgh AVD
[Getypt, rechtsboven:] VD/SV
[Getypt, middenrechts:] den Wethouder voor de
[Getypt, middenrechts:] Levensmiddelen
[Getypt, middenrechts:] A L H I E R.
[Getypt, links:] 28/5/7
[Getypt, rechts:] 17 December 1942.
[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van de met Uw kantbrief dd. 10 December jl. om advies ontvangen stukken No. 703 L.M. hebben ondergeteekenden de eer U in overweging te geven de onderhavige aangelegenheden thans als afgedaan te beschouwen, aangezien een en ander reeds geruimen tijd geleden heeft plaats gevonden en de zaak op dit moment voor ons niet meer van voldoende belang is.
Wij meenen U echter wel er op te moeten wijzen, dat wij op grond van de stukken de stellige overtuiging hebben, dat onze ambtenaar de waarheid heeft gesproken.
[Ondertekening links:]
De Gemeentelijke Adviseur
voor Voedings- en Distributie-
aangelegenheden.
[Ondertekening rechts:]
De Directeur,
wnd. Deze brief is een formeel advies aan een wethouder betreffende een dossier (No. 703 L.M.) over een incident dat blijkbaar al enige tijd geleden heeft plaatsgevonden. De kern van de boodschap is tweeledig:
1. Afsluiting: De adviseurs stellen voor het dossier te sluiten ("als afgedaan te beschouwen"). De reden hiervoor is pragmatisch: de zaak is verjaard en heeft geen actuele relevantie meer voor de dienst.
2. Rehabilitatie/Verdediging: Ondanks de wens de zaak te sluiten, benadrukken de ondertekenaars nadrukkelijk de betrouwbaarheid van hun ondergeschikte ("onze ambtenaar de waarheid heeft gesproken"). Dit wijst erop dat de integriteit van de betreffende ambtenaar in twijfel was getrokken, mogelijk door een klager of door de wethouder zelf.
De toon is zakelijk, maar de laatste zin verraadt een sterke interne solidariteit binnen de ambtelijke dienst tegenover de politieke leiding (de wethouder). De datum van de brief, 17 december 1942, plaatst het document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de distributie van levensmiddelen een van de meest cruciale en spanningsvolle taken van het gemeentebestuur.
De termen "Voedings- en Distributieaangelegenheden" verwijzen naar de enorme bureaucratische machine die nodig was om de schaarste te beheren via bonkaarten en rantsoenering. Ambtenaren bij deze diensten stonden onder grote druk; zij kregen te maken met corruptie, zwarte handel, maar ook met beschuldigingen van burgers of de bezetter.
De afkorting "L.M." in het dossiernummer staat zeer waarschijnlijk voor "Levensmiddelen". Dat de adviseurs een zaak over de waarheidsprekendheid van een ambtenaar willen laten rusten, kan duiden op een poging om interne onrust of externe bemoeienis (mogelijk van de bezetter of NSB-instanties) te minimaliseren in een tijd waarin elk incident politiek geladen kon zijn. NSB