Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 57
Dossier 2C
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

November 1942 (stempel 3 november, ambtelijke noten tot 11 november) Van: J. Sijtsel, Boomstraat 96 II, Amsterdam Aan: Onbekende instantie (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen Amsterdam)

Origineel

November 1942 (stempel 3 november, ambtelijke noten tot 11 november) J. Sijtsel, Boomstraat 96 II, Amsterdam Onbekende instantie (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen Amsterdam) [Stempel linksboven:]
Nº 28/17/1 M. 1942 3/11

[Rechtsboven:]
252

[Hoofdtekst:]
Mijneheren

Nu ik zelfstandig in de handel
aangaande groenten en fruit ben.
Daar ik voorheen steeds bij ~~mijne~~
mijn Vader in dienst geweest ben. Zou
ik gaarne in aanmerking komen voor
de vaste standplaats van mijn
Vader, die hij steeds gehad heeft
op de Lindegracht en Westermarkt.

[Rechtsonder:]
Hoogachtend
J. Sijtsel

[Linksonder:]
J. Sijtsel
Boomstraat 96 II (c.)

[Aantekeningen in de marge en onderaan:]
(Midden links, potlood:) Adres opgeven
(Midden rechts, inkt:) oproepen 6-11-'42 [Paraaf]
(Rechtsonder, potlood:) p 6/11 252

[Onderste gedeelte:]
Inspecteurs,
m.i. opvragen.
adres van J. Sijtsel bekend.
(Schuin linksonder, potlood:) oproepen 11-11-'42 [Paraaf]
(Onderaan, inkt:) Mnl 10/11 '42 In deze brief verzoekt J. Sijtsel om de vaste marktplaatsen van zijn vader op de Lindegracht en de Westermarkt over te mogen nemen. Hij motiveert dit door te stellen dat hij voorheen bij zijn vader werkte, maar nu als zelfstandig handelaar in groenten en fruit is begonnen.

De brief is een typisch voorbeeld van ambtelijke correspondentie uit de bezettingstijd. De diverse handgeschreven kanttekeningen laten de administratieve gang van zaken zien: de inspecteurs controleren of het adres bekend is en de aanvrager wordt meerdere malen opgeroepen (6 en 11 november 1942) voor overleg of controle. Het doorhalen van het woord "mijne" in de derde regel getuigt van een kleine correctie door de schrijver tijdens het opstellen. Het document dateert uit november 1942, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland en de daarmee gepaard gaande beperkingen voor ondernemers (in het bijzonder Joodse burgers) hun hoogtepunt bereikten. De locaties — de Boomstraat in de Jordaan en de nabijgelegen markten op de Lindegracht en Westermarkt — zijn historisch belangrijke plekken voor de Amsterdamse straathandel.

Onderzoek in historische bronnen (zoals het Joods Monument) bevestigt dat op het adres Boomstraat 96 II de familie Sijtsel woonde. De briefschrijver is zeer waarschijnlijk Joël Sijtsel (geboren in 1920). Deze achtergrond geeft het document een tragische lading: terwijl Joël in november 1942 nog probeerde de zaak van zijn vader voort te zetten, werden veel Joodse marktkooplieden in deze periode gedwongen hun nering te staken of werden zij gedeporteerd. Joël Sijtsel is in juli 1943 in Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een tastbaar bewijs van een laatste poging om een normaal professioneel leven in stand te houden onder extreem benarde omstandigheden.

Samenvatting

In deze brief verzoekt J. Sijtsel om de vaste marktplaatsen van zijn vader op de Lindegracht en de Westermarkt over te mogen nemen. Hij motiveert dit door te stellen dat hij voorheen bij zijn vader werkte, maar nu als zelfstandig handelaar in groenten en fruit is begonnen.

De brief is een typisch voorbeeld van ambtelijke correspondentie uit de bezettingstijd. De diverse handgeschreven kanttekeningen laten de administratieve gang van zaken zien: de inspecteurs controleren of het adres bekend is en de aanvrager wordt meerdere malen opgeroepen (6 en 11 november 1942) voor overleg of controle. Het doorhalen van het woord "mijne" in de derde regel getuigt van een kleine correctie door de schrijver tijdens het opstellen.

Historische Context

Het document dateert uit november 1942, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland en de daarmee gepaard gaande beperkingen voor ondernemers (in het bijzonder Joodse burgers) hun hoogtepunt bereikten. De locaties — de Boomstraat in de Jordaan en de nabijgelegen markten op de Lindegracht en Westermarkt — zijn historisch belangrijke plekken voor de Amsterdamse straathandel.

Onderzoek in historische bronnen (zoals het Joods Monument) bevestigt dat op het adres Boomstraat 96 II de familie Sijtsel woonde. De briefschrijver is zeer waarschijnlijk Joël Sijtsel (geboren in 1920). Deze achtergrond geeft het document een tragische lading: terwijl Joël in november 1942 nog probeerde de zaak van zijn vader voort te zetten, werden veel Joodse marktkooplieden in deze periode gedwongen hun nering te staken of werden zij gedeporteerd. Joël Sijtsel is in juli 1943 in Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een tastbaar bewijs van een laatste poging om een normaal professioneel leven in stand te houden onder extreem benarde omstandigheden.

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6