Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 75
Dossier 27
Jaar 1942
Stadsarchief

Brief (administratieve correspondentie)

5 december 1942 Van: Standplaatshouder nr. 28 (gevestigd in Marken) Aan: Directeur Marktwezen Amsterdam Dossier: 28/24/1

Origineel

Brief (administratieve correspondentie) 5 december 1942 Standplaatshouder nr. 28 (gevestigd in Marken) Directeur Marktwezen Amsterdam Nº 28/24/1 M. 1942 2/12 [stempel] v 417
Marken 5 Dec 1942 mid. insp.

Aan den WelEdHeer
Directeur
Marktwezen
Amsterdam

WelEdHeer

In antwoord op u schrijven
dd 4 Dec jl kan ik u melden
dat ik wegens gebrek aan
vis niet op mijn standplaats
Lindengracht aanwezig
ben geweest en zoo als het
op het oogenblik de om-
standigheden zijn weet
ik niet wanneer ik weer
op de markt kan komen
Verder wilde ik u nog
vragen of u wil voorkomen
dat de intrekking plaats
vindt zoodat wanneer
~~de markt~~ er wat meer vis

  1. De brief is geschreven door een visverkoper uit Marken die een standplaats heeft op de Lindengracht in Amsterdam. De kern van de brief is een verontschuldiging voor zijn afwezigheid op de markt, veroorzaakt door een acuut "gebrek aan vis". De schrijver reageert op een officiële waarschuwing (het schrijven van 4 december) en spreekt zijn angst uit dat zijn marktvergunning wordt ingetrokken ("de intrekking plaats vindt"). De brief eindigt enigszins abrupt na de woorden "er wat meer vis", gevolgd door het nummer '28', wat correspondeert met het standplaats- of registratienummer in de kop van de brief. Het document stamt uit de winter van 1942, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin de voedselschaarste in Nederland steeds nijpender werd. Voor de vissers uit Marken was het vissen op het IJsselmeer en de Noordzee riskant en aan strikte regels van de bezetter gebonden, wat leidde tot de lege kramen waarover in de brief wordt gesproken. De Dienst Marktwezen hanteerde strenge regels: wie zijn standplaats niet bezette, kon zijn vergunning verliezen aan een andere gegadigde. Deze correspondentie toont de bureaucratische realiteit en de strijd om het voortbestaan van kleine zelfstandigen tijdens de bezettingsjaren. Marktwezen

Samenvatting

De brief is geschreven door een visverkoper uit Marken die een standplaats heeft op de Lindengracht in Amsterdam. De kern van de brief is een verontschuldiging voor zijn afwezigheid op de markt, veroorzaakt door een acuut "gebrek aan vis". De schrijver reageert op een officiële waarschuwing (het schrijven van 4 december) en spreekt zijn angst uit dat zijn marktvergunning wordt ingetrokken ("de intrekking plaats vindt"). De brief eindigt enigszins abrupt na de woorden "er wat meer vis", gevolgd door het nummer '28', wat correspondeert met het standplaats- of registratienummer in de kop van de brief.

Historische Context

Het document stamt uit de winter van 1942, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin de voedselschaarste in Nederland steeds nijpender werd. Voor de vissers uit Marken was het vissen op het IJsselmeer en de Noordzee riskant en aan strikte regels van de bezetter gebonden, wat leidde tot de lege kramen waarover in de brief wordt gesproken. De Dienst Marktwezen hanteerde strenge regels: wie zijn standplaats niet bezette, kon zijn vergunning verliezen aan een andere gegadigde. Deze correspondentie toont de bureaucratische realiteit en de strijd om het voortbestaan van kleine zelfstandigen tijdens de bezettingsjaren.

Locaties

Lindengracht

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6