Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 86
Dossier 7
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag/carbonkopie).

4 maart 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen), Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.

Origineel

Getypte brief (doorslag/carbonkopie). 4 maart 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen), Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West. [Handgeschreven, rechtsboven:] Inspecteur [?]

[Handgeschreven, midden boven:] Verzonden 4/3

[Getypt, rechtsboven:] HG.

4 Maart 1942.

In verband met het feit, dat U, ondanks herhaalde tot U ge-
richte waarschuwingen het U in bruikleen verstrekte verlichtings-
materiaal voor de Nieuwmarkt niet heeft ingeleverd, deel ik U mede,
dat U terzake aan mijn dienst een bedrag van f 15,- verschuldigd
bent.

Ik verzoek U dit bedrag ten spoedigste te betalen bij den
kassaier van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.

Gezonden aan: De Directeur,
29/1/1 M. S.Gobits, St.Antoniesbreestraat 9
29/1/2 M. M.Davidson, Gov.Flinckstraat 368
29/1/3 M. W.Drukker, Kloveniersburgwal 14 II
29/1/5 M. E.Kleerkoper, St.Antoniesbreestraat 39 I
29/1/6 M. A.Schrijver, Recht Boomssloot 26B II
29/1/7 M. D.Korper, Valkenburgerstraat 157 II Dit document is een officiële sommatie tot betaling. De tekst is zakelijk en dwingend van aard. Er wordt gerefeerd aan "herhaalde waarschuwingen", wat duidt op een lopend administratief conflict over eigendommen van de gemeente (verlichtingsmateriaal).

De adressering is opvallend: Jan van Galenstraat 14 was het hoofdkantoor van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen (de Centrale Markthallen). De geadresseerden zijn allen marktkooplieden die op de Nieuwmarkt stonden. De lijst bevat numerieke codes (bijv. 29/1/1), wat waarschijnlijk verwijst naar dossiernummers of standplaatsnummers.

De boete van 15 gulden was in 1942 een aanzienlijk bedrag (ter vergelijking: een gemiddeld weekloon lag toen rond de 20 tot 30 gulden). De datum van het document, 4 maart 1942, is cruciaal voor de context. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De genoemde locaties (St. Antoniesbreestraat, Kloveniersburgwal, Valkenburgerstraat) bevonden zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De namen op de lijst zijn typisch Joodse namen.

In 1941 was het Joden door de bezetter verboden om nog op reguliere markten te staan. Als gevolg hiervan werden specifieke "Joodse markten" ingesteld, waaronder één op de Nieuwmarkt. De kooplieden op deze lijst waren Joodse Amsterdammers die probeerden in hun levensonderhoud te voorzien onder steeds restrictievere en vijandige omstandigheden.

Dit document illustreert de bureaucratische druk die op de Joodse bevolking werd uitgeoefend. Terwijl de grootschalige deportaties in de zomer van 1942 zouden beginnen, blef de gemeentelijke bureaucratie (zoals het Marktwezen) tot die tijd doorgaan met het innen van boetes en het handhaven van regels tegenover een groep mensen die al systematisch werd beroofd van hun rechten en bezittingen. Onderzoek in digitale monumenten (zoals het Joods Monument) bevestigt dat de meeste personen op deze lijst de Holocaust niet hebben overleefd. Zo werd M.S. Gobits (Meyer Salomon Gobits) in augustus 1942 in Auschwitz vermoord.

Samenvatting

Dit document is een officiële sommatie tot betaling. De tekst is zakelijk en dwingend van aard. Er wordt gerefeerd aan "herhaalde waarschuwingen", wat duidt op een lopend administratief conflict over eigendommen van de gemeente (verlichtingsmateriaal).

De adressering is opvallend: Jan van Galenstraat 14 was het hoofdkantoor van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen (de Centrale Markthallen). De geadresseerden zijn allen marktkooplieden die op de Nieuwmarkt stonden. De lijst bevat numerieke codes (bijv. 29/1/1), wat waarschijnlijk verwijst naar dossiernummers of standplaatsnummers.

De boete van 15 gulden was in 1942 een aanzienlijk bedrag (ter vergelijking: een gemiddeld weekloon lag toen rond de 20 tot 30 gulden).

Historische Context

De datum van het document, 4 maart 1942, is cruciaal voor de context. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De genoemde locaties (St. Antoniesbreestraat, Kloveniersburgwal, Valkenburgerstraat) bevonden zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De namen op de lijst zijn typisch Joodse namen.

In 1941 was het Joden door de bezetter verboden om nog op reguliere markten te staan. Als gevolg hiervan werden specifieke "Joodse markten" ingesteld, waaronder één op de Nieuwmarkt. De kooplieden op deze lijst waren Joodse Amsterdammers die probeerden in hun levensonderhoud te voorzien onder steeds restrictievere en vijandige omstandigheden.

Dit document illustreert de bureaucratische druk die op de Joodse bevolking werd uitgeoefend. Terwijl de grootschalige deportaties in de zomer van 1942 zouden beginnen, blef de gemeentelijke bureaucratie (zoals het Marktwezen) tot die tijd doorgaan met het innen van boetes en het handhaven van regels tegenover een groep mensen die al systematisch werd beroofd van hun rechten en bezittingen. Onderzoek in digitale monumenten (zoals het Joods Monument) bevestigt dat de meeste personen op deze lijst de Holocaust niet hebben overleefd. Zo werd M.S. Gobits (Meyer Salomon Gobits) in augustus 1942 in Auschwitz vermoord.

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6