Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 91
Dossier 17
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven rapport / proces-verbaal.

Van: T. A. Uitvlugt (Controleur-opzichter bij het Marktwezen). Aan: De Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. Dossier: 29/3/1

Origineel

Handgeschreven rapport / proces-verbaal. T. A. Uitvlugt (Controleur-opzichter bij het Marktwezen). De Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. Nº 29/3/1 M. 1942 23/3
DM

Den Heer Inspecteur
v.d. Marktwezen - Alhier.

Rapport.
Ondergeteekende controleur-opzichter T. A. Uitvlugt
rapporteert, dat hij op Donderdag 19 Maart 1942 5 uur 30 min: nm.
bij het innen der marktgelden op de Nieuwemarkt constateerde,
dat een persoon op genoemde markt een plaats had ingenomen
en daar het publiek ronde koeken verkocht, die hij op een
kartonnen doos had uitgestald. Daar ik vermoedde dat bedoelde
persoon een Jood was, vroeg ik hem mij zijn legitimatiebewijs
te toonen. Hieruit bleek mijn vermoeden juist te zijn, daar
zijn legitimatiebewijs gemerkt was met een J.
Hij gaf mij desgevraagd op genaamd te zijn:
Nathan - Brander, geboren 20 Mei 1890 te A.'dam.
wonende Borssenburgstraat 24 III Amsterdam (Zuid).
Toen ik Brander vroeg hoe hij er toe kwam om op de Nieuwemarkt
een plaats in te nemen, terwijl het voor Joden verboden is, gaf
hij mij ten antwoord, dat hij dit niet wist. Ik heb Brander
toen opgebracht naar het politiebureau Lastageweg, waar
hij verklaarde, dat hij wel wist dat er in Amsterdam drie Joden-
markten waren, maar hij niet dacht dat het zoo erg was dat hij
op de Nieuwemarkt een plaats had ingenomen om wat bij te verdienen.
Ik heb Brander geverbaliseerd voor Artikel 345 Algemeene politie-
verordening en dit rapport is door mij ingediend, omdat
Brander een plaats op de Nieuwemarkt heeft ingenomen terwijl
genoemde Markt voor Joden is verboden.

Amsterdam 23 Maart 1942.
T. A. Uitvlugt Dit document is een formeel ambtsbericht waarin een marktmeester verslag doet van een overtreding van de anti-Joodse verordeningen tijdens de Duitse bezetting.

De tekst bevat enkele belangrijke historisch-juridische details:
* De stempel 'J': De controleur identificeert de man op basis van het persoonsbewijs dat sinds 1941 voor Joodse burgers verplicht voorzien was van een grote zwarte 'J'.
* Handhaving: Het rapport toont aan dat de handhaving van discriminerende maatregelen een taak was van reguliere Nederlandse ambtenaren (marktwezen) en de lokale politie.
* Verweer van de betrokkene: Nathan Brander probeert de situatie te de-escaleren door onwetendheid te veinzen en te benadrukken dat hij enkel probeerde "wat bij te verdienen", wat duidt op de economische noodzaak waarin veel Joodse Amsterdammers destijds verkeerden door ontslagen en handelsverboden.
* Locatie: De Nieuwemarkt was van oudsher een plek van handel in de voormalige Joodse buurt, maar was op dat moment verboden terrein voor Joodse handelaren. In het voorjaar van 1942 was de isolatie van de Joodse bevolking in Nederland in volle gang. Sinds eind 1941 waren Joden in Amsterdam verbannen van reguliere markten en mochten zij alleen nog handelen op drie aangewezen 'Jodenmarkten' (Waterlooplein, Gaaspstraat en Joubertstraat).

Nathan Brander, de man over wie dit rapport gaat, was een Amsterdamse koopman. Uit archiefbronnen (zoals de kaart van de Joodse Raad en Joods Monument) blijkt dat hij op 4 juni 1943 in vernietigingskamp Sobibor is vermoord. Dit schijnbaar banale rapport over het verkopen van koeken op de verkeerde markt vormde een van de vele schakels in de bureaucratische vervolging die uiteindelijk leidde tot de deportaties en de Holocaust. A. Uitvlugt J. Marktwezen Politie

Samenvatting

Dit document is een formeel ambtsbericht waarin een marktmeester verslag doet van een overtreding van de anti-Joodse verordeningen tijdens de Duitse bezetting.

De tekst bevat enkele belangrijke historisch-juridische details:
* De stempel 'J': De controleur identificeert de man op basis van het persoonsbewijs dat sinds 1941 voor Joodse burgers verplicht voorzien was van een grote zwarte 'J'.
* Handhaving: Het rapport toont aan dat de handhaving van discriminerende maatregelen een taak was van reguliere Nederlandse ambtenaren (marktwezen) en de lokale politie.
* Verweer van de betrokkene: Nathan Brander probeert de situatie te de-escaleren door onwetendheid te veinzen en te benadrukken dat hij enkel probeerde "wat bij te verdienen", wat duidt op de economische noodzaak waarin veel Joodse Amsterdammers destijds verkeerden door ontslagen en handelsverboden.
* Locatie: De Nieuwemarkt was van oudsher een plek van handel in de voormalige Joodse buurt, maar was op dat moment verboden terrein voor Joodse handelaren.

Historische Context

In het voorjaar van 1942 was de isolatie van de Joodse bevolking in Nederland in volle gang. Sinds eind 1941 waren Joden in Amsterdam verbannen van reguliere markten en mochten zij alleen nog handelen op drie aangewezen 'Jodenmarkten' (Waterlooplein, Gaaspstraat en Joubertstraat).

Nathan Brander, de man over wie dit rapport gaat, was een Amsterdamse koopman. Uit archiefbronnen (zoals de kaart van de Joodse Raad en Joods Monument) blijkt dat hij op 4 juni 1943 in vernietigingskamp Sobibor is vermoord. Dit schijnbaar banale rapport over het verkopen van koeken op de verkeerde markt vormde een van de vele schakels in de bureaucratische vervolging die uiteindelijk leidde tot de deportaties en de Holocaust.

Genoemde Personen 2

Locaties

Gaaspstraat (Joodse Markt) Joubertstraat (Joodse Markt) Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen Politie

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6