Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 98
Dossier 28
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

19 oktober 1942. Van: J. Ferwerda-Looijer. Aan: Directeur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 19 oktober 1942. J. Ferwerda-Looijer. Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Linksboven:] Amst 19 oct 1942
[Rechtsboven, schuin geschreven:] Mi. Div.
[Ambtelijke aantekening in potlood:] afwijzen

Weledele Zeergeleerde Heer Directeur van het
Marktwezen te Amsterdam.

Naaraanleiding bij deze had ik een beleefd
verzoek aan u. Daar ik ziek ben aan de maag
en ik Distributie bescheidenheid betrek van de
Gemeentelijke Geneeskundige Dienst en ik in
Hoofdzaak moet leven op Masena beschuit en
veel gekookte visch. mijn Dokter is Dr Noordam
Polderweg 10. die mij een Attest heeft gegeven
om voorrang te verleenen voor Mej J. Ferwerda
Looijer. nu ging naar de Nieuwmarkt 5 dagen
in de week voor visch en werdt mij gezegd
van de Marktmeester van de Nieuwmarkt
dat hij mij de visch zou weigeren ook wilde
hij geen Attentie nemen van het Attest
van Dr Noordam ik ben ten alle
tijden bereid met alle Distributie-
bescheiden en het Attest van den Dokter ten
uwe kantoor te komen. daar alles in waarheid
bestaat. Daar ik al 5 weken in het Binnengasthuis
heb gelegen en 10 weken in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis
waar ik alle dagen visch moest hebben voor mijn
maag. en in hoofdzaak er op leven moet. ik heb
een wond aan de 12 vingerige Darm en kan
niet geopereerd worden. Hopende dat u zoo
vriendelijk zou willen zijn hierin een onderzoek
naar te willen stellen. en u medewerking te verleenen.

Zoo verblijf ik u
Hoogachtend
J. Ferwerda. Looijer
Vrolikstraat 94 III
(Amst) (oost)

[Stempel onderaan:]
Nº 29/7/1 M. 1942 21/10 29 In deze brief wendt mevrouw J. Ferwerda-Looijer zich tot de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. De kern van haar probleem is van medische aard: zij lijdt aan een zweer aan de twaalfvingerige darm ("wond aan de 12 vingerige Darm") die niet geopereerd kan worden. Na langdurige ziekenhuisopnames in het Binnengasthuis en het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) is haar een strikt dieet voorgeschreven van maizena-beschuit ("Masena") en gekookte vis.

Hoewel zij beschikt over een officieel medisch attest van haar huisarts (Dr. Noordam) en documentatie van de GGD ("Gemeentelijke Geneeskundige Dienst"), weigert de marktmeester op de Nieuwmarkt haar voorrang te verlenen of rekening te houden met haar medische noodzaak. De schrijfster benadrukt dat zij bereid is al haar bewijsstukken persoonlijk op het kantoor van de directeur te komen tonen. De ambtelijke notitie "afwijzen" bovenaan de brief suggereert echter dat haar verzoek desondanks niet is ingewilligd. Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze periode werd gekenmerkt door extreme schaarste en een streng distributiesysteem. Voedsel was alleen verkrijgbaar op de bon, en extra toewijzingen op medische gronden waren strikt gereguleerd door de GGD.

De brief illustreert de dagelijkse overlevingsstrijd van burgers met gezondheidsproblemen. Vis was in die tijd een schaars goed en de rijen bij de marktkramen waren lang. De "voorrang" waar de schrijfster om vraagt, was essentieel om überhaupt aan voedsel te komen dat zij kon verdragen. De ambtelijke toon en de verwijzingen naar specifieke Amsterdamse locaties (Vrolikstraat, Polderweg, Nieuwmarkt) geven een indringend beeld van het bureaucratische apparaat waar burgers tegenaan liepen in hun pogingen om onder moeilijke omstandigheden in hun basisbehoeften te voorzien.

Samenvatting

In deze brief wendt mevrouw J. Ferwerda-Looijer zich tot de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. De kern van haar probleem is van medische aard: zij lijdt aan een zweer aan de twaalfvingerige darm ("wond aan de 12 vingerige Darm") die niet geopereerd kan worden. Na langdurige ziekenhuisopnames in het Binnengasthuis en het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) is haar een strikt dieet voorgeschreven van maizena-beschuit ("Masena") en gekookte vis.

Hoewel zij beschikt over een officieel medisch attest van haar huisarts (Dr. Noordam) en documentatie van de GGD ("Gemeentelijke Geneeskundige Dienst"), weigert de marktmeester op de Nieuwmarkt haar voorrang te verlenen of rekening te houden met haar medische noodzaak. De schrijfster benadrukt dat zij bereid is al haar bewijsstukken persoonlijk op het kantoor van de directeur te komen tonen. De ambtelijke notitie "afwijzen" bovenaan de brief suggereert echter dat haar verzoek desondanks niet is ingewilligd.

Historische Context

Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze periode werd gekenmerkt door extreme schaarste en een streng distributiesysteem. Voedsel was alleen verkrijgbaar op de bon, en extra toewijzingen op medische gronden waren strikt gereguleerd door de GGD.

De brief illustreert de dagelijkse overlevingsstrijd van burgers met gezondheidsproblemen. Vis was in die tijd een schaars goed en de rijen bij de marktkramen waren lang. De "voorrang" waar de schrijfster om vraagt, was essentieel om überhaupt aan voedsel te komen dat zij kon verdragen. De ambtelijke toon en de verwijzingen naar specifieke Amsterdamse locaties (Vrolikstraat, Polderweg, Nieuwmarkt) geven een indringend beeld van het bureaucratische apparaat waar burgers tegenaan liepen in hun pogingen om onder moeilijke omstandigheden in hun basisbehoeften te voorzien.

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6