Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 107
Dossier 29
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven briefkaart/bericht.

31 december 1941. Van: A. v. Rooij, Nieuwe Prinsengracht 25, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven briefkaart/bericht. 31 december 1941. A. v. Rooij, Nieuwe Prinsengracht 25, Amsterdam. Amst 31 Dec 1941.
inv. Insp

WelEdele Heer
Ondergeteekende heeft Uw brief-
kaart ontvangen, maar ziet
voorloopig van een voorkeurs-
kaart af, daar hij een paar
dagen op de Waterlooplein markt
gestaan heeft en zoo goed als niets
ontvangen heeft, en zijn markt en
stalgeld niet kon dekken.
Maar hij hoopt als hij het later
nog eens probeeren wil in aanmer-
king te komen. Hoogachtend
A. v Rooij. N. Prinsengrd 25. De schrijver, A. v. Rooij, reageert op een schrijven betreffende een "voorkeurskaart" (een vergunning of prioriteitsbewijs voor een marktplaats). Hij besluit hier voorlopig geen gebruik van te maken. De reden die hij opgeeft is financieel van aard: een proefperiode van enkele dagen op de markt aan het Waterlooplein leverde nagenoeg niets op ("zoo goed als niets ontvangen"). De inkomsten waren zelfs onvoldoende om de vaste lasten van de marktplaats, het markt- en stalgeld, te betalen. Wel spreekt hij de wens uit om in de toekomst opnieuw voor een dergelijke kaart in aanmerking te kunnen komen. Het document dateert van eind 1941, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting. Het Waterlooplein was van oudsher de centrale markt in de Amsterdamse Jodenbuurt. In de loop van 1941 werden er door de bezetter steeds strengere beperkende maatregelen opgelegd aan Joodse kooplieden en markten. Vanaf september 1941 mochten Joodse handelaren alleen nog op speciaal aangewezen Joodse markten staan, en werd het niet-Joden verboden daar te kopen. Dit leidde tot een dramatische terugval in klandizie en inkomsten voor de marktkooplieden in dit gebied. De brief van Van Rooij is een direct getuigenis van de economische malaise die door deze uitsluiting ontstond. De Nieuwe Prinsengracht, waar de afzender woonde, lag eveneens in de Joodse wijk.

Samenvatting

De schrijver, A. v. Rooij, reageert op een schrijven betreffende een "voorkeurskaart" (een vergunning of prioriteitsbewijs voor een marktplaats). Hij besluit hier voorlopig geen gebruik van te maken. De reden die hij opgeeft is financieel van aard: een proefperiode van enkele dagen op de markt aan het Waterlooplein leverde nagenoeg niets op ("zoo goed als niets ontvangen"). De inkomsten waren zelfs onvoldoende om de vaste lasten van de marktplaats, het markt- en stalgeld, te betalen. Wel spreekt hij de wens uit om in de toekomst opnieuw voor een dergelijke kaart in aanmerking te kunnen komen.

Historische Context

Het document dateert van eind 1941, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting. Het Waterlooplein was van oudsher de centrale markt in de Amsterdamse Jodenbuurt. In de loop van 1941 werden er door de bezetter steeds strengere beperkende maatregelen opgelegd aan Joodse kooplieden en markten. Vanaf september 1941 mochten Joodse handelaren alleen nog op speciaal aangewezen Joodse markten staan, en werd het niet-Joden verboden daar te kopen. Dit leidde tot een dramatische terugval in klandizie en inkomsten voor de marktkooplieden in dit gebied. De brief van Van Rooij is een direct getuigenis van de economische malaise die door deze uitsluiting ontstond. De Nieuwe Prinsengracht, waar de afzender woonde, lag eveneens in de Joodse wijk.

Locaties

Amsterdam ("Amst").

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6