Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 2 februari 1942. Abraham Simon. De Inspecteur van het Marktwezen, afdeling Joodsche Markten, Amsterdam. Amsterdam 2 Febr. 1942
[Stempel: № 30 / 71 / M. 1942 5/2]
Aan den Heer Inspecteur
van het Marktwezen
afd: Joodsche Markten.
[Handgeschreven aantekening: w. Timp]
Gaarne zoude ondergetekende een
bewijs van U ontvangen, dat duidelijk
aantoont dat ik als verkooper ben toege-
laten tot de Joodsche markt, afd. Waterlooplein.
Dit bewijs moet ik overleggen te
’s Gravenhage, dat ingeleverd moet worden
bij de Duitsche autoriteiten door de Joodsche Raad.
Een gunstig antwoord van U tegemoet
ziende
Hoogachtend
Abraham Simon
Geb. te R’dam 8/11 - 1890
gewoond hebbende
Westeinde 165 ’s Gravenhage
Stam
N. Heerengracht 145 III
Amsterdam. * Inhoud: De brief is een formeel verzoek van Abraham Simon aan de Amsterdamse marktinspectie. Hij vraagt om een officieel bewijsstuk van zijn vergunning als koopman op de Joodse markt aan het Waterlooplein.
* Doel: Dit bewijs is noodzakelijk voor procedures in Den Haag. Simon geeft aan dat dit document via de Joodsche Raad moet worden ingeleverd bij de Duitse autoriteiten.
* Taalgebruik: Het document hanteert de formele stijl die destijds gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties ("Gaarne zoude", "den Heer").
* Persoonlijke gegevens: De afzender is geboren in Rotterdam op 8 november 1890. Ten tijde van schrijven woonde hij op de Nieuwe Herengracht 145-III in Amsterdam, maar hij refereert ook aan zijn eerdere adres in Den Haag (Westeinde 165). Dit document stamt uit een kritieke fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 en 1942 voerden de nazi's een reeks anti-Joodse maatregelen in om Joden volledig te isoleren van het openbare leven. Eén van deze maatregelen was het verbod voor Joden om op reguliere markten te handelen. Als gevolg hiervan werden in Amsterdam specifieke "Joodsche Markten" ingesteld (waaronder op het Waterlooplein), waar Joden uitsluitend onderling handel mochten drijven.
De brief illustreert de verstikkende bureaucratie waar Joodse burgers mee te maken kregen. Om hun beroep te mogen uitoefenen of om administratieve zaken te regelen met de bezetter, waren zij afhankelijk van verklaringen van de gemeente en de tussenkomst van de Joodsche Raad. De vermelding van "Duitsche autoriteiten" in Den Haag suggereert dat Simon mogelijk trachtte zaken te regelen met betrekking tot zijn eerdere woonplaats of een bredere vrijstelling (Sperre) trachtte te verkrijgen. N. Heerengracht Marktwezen