Getypte brief op officieel briefpapier.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier. 30 januari 1942 (getypt als "30 Janauri 1942"). Joodsche Raad voor Amsterdam, Afdeling Vergunningen te Den Haag. JOODSCHE RAAD VOOR AMSTERDAM
AFD. VERGUNNINGEN TE DEN HAAG
Hartogstr. 1
's-Gravenhage, 30 Janauri 1942
No. ~~W~~/SM
Den Heer A. Simons,
Westeinde 465,
A l h i e r
Mijnheer,
Wij kwamen in het bezit van Uw
schrijven, waarbij ingesloten een briefje van de
Joodsche Raad te Amsterdam, hetwelk wij U hierbij
terugzenden.
Blijkens de inhoud van dit laatste
zult U zich moeten melden bij de leiding van een
Joodse markt te Amsterdam om een vergunning te
verkrijgen, teneinde te worden toegelaten als
verkoper. Indien wij de vergunning van de markt-
meester te Amsterdam ontvangen, kunnen wij Uw
verhuisaanvrage ter behandeling doorzenden.
Gaarne Uw berichten tegemoetziende,
Hoogachtend,
JOODSCHE RAAD
Afd. Vergunningen te Den Haag
[handgeschreven handtekening]
Bijlage
K 1094 Deze brief illustreert de verregaande bureaucratische controle over het leven van Joodse burgers tijdens de Duitse bezetting. De heer A. Simons uit Den Haag heeft een verzoek ingediend om te verhuizen (waarschijnlijk naar Amsterdam) en om te werken als verkoper op een Joodse markt.
De Haagse afdeling van de Joodsche Raad legt uit dat deze twee zaken aan elkaar gekoppeld zijn: hij moet eerst toestemming krijgen van de "marktmeester" in Amsterdam om daar als verkoper te mogen werken. Pas als dat bewijs binnen is, kan zijn verhuisaanvraag in behandeling worden genomen. Het toont aan hoe de Joodsche Raad fungeerde als een verplicht administratief tussenstation tussen de Joodse bevolking en de bezettingsautoriteiten, waarbij zelfs basale zaken als werk en wonen strikt gereguleerd waren. In januari 1942, de datum van deze brief, was de uitsluiting van Joden uit de Nederlandse samenleving in een vergevorderd stadium. Sinds eind 1941 waren Joden verplicht om alleen nog handel te drijven op speciaal aangewezen "Joodse markten".
Tegelijkertijd begon de bezetter met het concentreren van Joden in Amsterdam. Joden uit de provincie werden gedwongen naar Amsterdam te verhuizen (de zgn. "Einkesselung"). Hoewel deze brief spreekt over een verhuisaanvraag van Simons, vond dit plaats in een context waarin dergelijke verhuizingen vaak niet vrijwillig waren, maar een opmaat vormden naar de grootschalige deportaties die in de zomer van 1942 zouden beginnen. De Afdeling Vergunningen van de Joodsche Raad moest deze gedwongen of noodzakelijke migratiestromen administratief in goede banen leiden volgens de richtlijnen van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung. A. Simons Zentralstelle