Administratief bijblad/notitieblokje (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratief bijblad/notitieblokje (Algemene Zaken Model No. 14). Februari - Maart 1942. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 30/8/1 1942 [overschreven op 193]
17/2-42.
DOORGEZONDEN:
[Rechtsboven:]
180
Oproepen
18-2-42
de Haan [handtekening/paraf]
[Centrale tekst:]
Afgedaan
plaats van vader intrekken;
zoon heeft zich voor het
Waterlooplein laten inschrijven.
(heeft geen ventvergunning)
[Rechts van de centrale tekst:]
20/2 10 uur
[Onder de centrale tekst:]
20-2-42
de Haan [handtekening/paraf]
[Onderaan rechts:]
[doorgestreept: afgedaan]
opbergen
[Paraaf] 3/3 42
[Linksonder drukkergegevens:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een administratieve vastlegging betreffende een marktplaats- of ventvergunning. De kern van de zaak is de overdracht of intrekking van een standplaats:
* Inhoud: De vaste standplaats van een vader wordt ingetrokken ("plaats van vader intrekken"). De zoon heeft zich vervolgens ingeschreven voor een plek op het Waterlooplein.
* Problematiek: Er wordt expliciet opgemerkt dat de zoon "(heeft geen ventvergunning)". Dit suggereert dat de inschrijving voor de specifieke plek op het Waterlooplein problematisch is zolang de algemene ventvergunning ontbreekt.
* Proces: Het document toont een procesgang tussen 17 februari en 3 maart 1942. Er is een oproep gepland op 20 februari om 10:00 uur. De zaak wordt uiteindelijk als "afgedaan" gemarkeerd en gearchiveerd ("opbergen").
* Handschrift: De aantekeningen zijn gesteld in een zakelijk, ambtelijk cursief uit de oorlogsperiode. De handtekening "de Haan" komt herhaaldelijk voor als behandelend ambtenaar. De datum (februari 1942) en de locatie (Waterlooplein) zijn historisch zeer significant.
* De Tweede Wereldoorlog: Nederland was op dit moment bezet door nazi-Duitsland.
* Waterlooplein: Dit was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en de locatie van een grote markt. In 1941 en 1942 werden door de bezetter steeds strengere anti-Joodse maatregelen getroffen, waaronder het verbod voor Joden om op openbare markten te staan, of de verplichting om markten te compartimenteren (Joodse markten).
* Administratieve overnames: Het intrekken van vergunningen van vaders en het proberen over te nemen door zonen was in deze periode vaak een poging om het familiebedrijf of de broodwinning veilig te stellen te midden van uitsluiting en economische "ontjoodsing" (Entjudung). Hoewel de tekst zelf strikt administratief blijft, vond dit plaats in een context van extreme druk op de marktkooplieden van het Waterlooplein. M. No