Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 135
Dossier 29
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift aan een gemeentelijke instantie.

3 maart 1942. Van: Mevrouw R. Wilsrenhausen-Brilleman, Jodenbreestraat 52 II, Amsterdam. Aan: Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift aan een gemeentelijke instantie. 3 maart 1942. Mevrouw R. Wilsrenhausen-Brilleman, Jodenbreestraat 52 II, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam. № 30 / 11 / M. 1942 4/3
Amsterdam 3.3. '42

De Heer Directeur v/h Marktwezen
J. v. Galenstraat
te Amsterdam

L.S.

Ondergetekende vraagt beleefd
indien mogelijk, haar standplaats
op de markt (in den tuin) te willen
overschrijven op haar man,
J. Wilsrenhausen geb: 7.3. 1900
Bij voorbaat dankend

R Wilsrenhausen –
Brilleman
Geb: 28. 5 - 01
Joden Breestraat 52 II
Amd.

Plaats № 121 Het document is een formeel verzoek van Rachel Wilsrenhausen-Brilleman (geboren 28 mei 1901) aan de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. Zij verzoekt om haar standplaats op de markt (specifiek aangeduid als "in den tuin", refererend aan een deel van de markt op het Waterlooplein) over te schrijven op naam van haar echtgenoot, Joseph Wilsrenhausen (geboren 7 maart 1900).

De schrijfstijl is beleefd en zakelijk ("L.S.", "vraagt beleefd", "bij voorbaat dankend"). Het handschrift is een vlot, goed leesbaar cursief uit het midden van de 20e eeuw. Linksboven staat een paars administratief stempel met een referentienummer uit maart 1942. Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland, op een moment dat de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam steeds nijpender werden. Het adres, Jodenbreestraat 52 II, bevond zich in het hart van de Joodse buurt (Jodenbuurt).

In 1941 waren Joodse marktkooplieden al verbannen van de reguliere markten en mochten zij alleen nog handelen op speciaal aangewezen "Joodse markten". De toevoeging "in den tuin" verwijst naar een specifieke locatie van de markt bij het Waterlooplein. Het verzoek om de vergunning over te zetten op naam van haar echtgenoot was waarschijnlijk een poging om de familie-inkomsten veilig te stellen of te voldoen aan veranderende bureaucratische eisen die door de bezetter aan Joodse ondernemers werden opgelegd.

Historische bronnen (zoals het Joods Monument) bevestigen dat zowel Rachel Wilsrenhausen-Brilleman als Joseph Wilsrenhausen de oorlog niet hebben overleefd; zij werden later in 1942 of begin 1943 gedeporteerd en vermoord in Auschwitz. Dit document is daarmee een tragisch overblijfsel van hun laatste pogingen om in hun levensonderhoud te voorzien vlak voordat de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam begonnen.

Samenvatting

Het document is een formeel verzoek van Rachel Wilsrenhausen-Brilleman (geboren 28 mei 1901) aan de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. Zij verzoekt om haar standplaats op de markt (specifiek aangeduid als "in den tuin", refererend aan een deel van de markt op het Waterlooplein) over te schrijven op naam van haar echtgenoot, Joseph Wilsrenhausen (geboren 7 maart 1900).

De schrijfstijl is beleefd en zakelijk ("L.S.", "vraagt beleefd", "bij voorbaat dankend"). Het handschrift is een vlot, goed leesbaar cursief uit het midden van de 20e eeuw. Linksboven staat een paars administratief stempel met een referentienummer uit maart 1942.

Historische Context

Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland, op een moment dat de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam steeds nijpender werden. Het adres, Jodenbreestraat 52 II, bevond zich in het hart van de Joodse buurt (Jodenbuurt).

In 1941 waren Joodse marktkooplieden al verbannen van de reguliere markten en mochten zij alleen nog handelen op speciaal aangewezen "Joodse markten". De toevoeging "in den tuin" verwijst naar een specifieke locatie van de markt bij het Waterlooplein. Het verzoek om de vergunning over te zetten op naam van haar echtgenoot was waarschijnlijk een poging om de familie-inkomsten veilig te stellen of te voldoen aan veranderende bureaucratische eisen die door de bezetter aan Joodse ondernemers werden opgelegd.

Historische bronnen (zoals het Joods Monument) bevestigen dat zowel Rachel Wilsrenhausen-Brilleman als Joseph Wilsrenhausen de oorlog niet hebben overleefd; zij werden later in 1942 of begin 1943 gedeporteerd en vermoord in Auschwitz. Dit document is daarmee een tragisch overblijfsel van hun laatste pogingen om in hun levensonderhoud te voorzien vlak voordat de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam begonnen.

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6