Getypte brief (doorslag/archiefkopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag/archiefkopie) met handgeschreven kanttekeningen. 12 maart 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). Den Heer A. Elzas, J.D. Meyerplein 19 II, Amsterdam-Centrum (Wijk 2). [Linksboven, handgeschreven in potlood:]
CD 3
[Bovenaan midden/rechts, handgeschreven in inkt/potlood:]
Verzonden 13/3 [paraaf]
de Inspecteur te herinneren
[Rechtsboven, getypt:]
VG/HG.
[Geadresseerde:]
den Heer A.Elzas,
J.D.Meyerplein 19 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
[Datumregel:]
30/10/10 M. 12 Maart 1942.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 5 dezer bericht ik U, dat U het snoer met toebehooren voor de marktverlichting, onverwijld dient in te leveren bij den marktambtenaar (marktkantoor J.D.Meyerplein).
[Ondertekening:]
De Directeur, Dit document is een ambtelijk bevel gericht aan de heer A. Elzas. De toon is dwingend ("onverwijld dient in te leveren"). Het onderwerp betreft de inlevering van elektrische materialen (een snoer met toebehoren) die werden gebruikt voor marktverlichting op het Jonas Daniël Meyerplein.
De administratieve krabbels bovenin tonen het interne proces: de brief werd een dag na datering verzonden (13 maart) en er werd een notitie gemaakt om de inspecteur hieraan te herinneren, wat duidt op een streng toezicht op de naleving van dit bevel. Het adres van de ontvanger en het genoemde marktkantoor bevinden zich beide op het J.D. Meyerplein in Amsterdam. De datum van de brief, 12 maart 1942, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. Het Jonas Daniël Meyerplein lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt.
In deze periode werden Joodse burgers stelselmatig uitgesloten van het openbare leven. Vanaf 1941 mochten Joodse marktkooplieden alleen nog op specifieke "Joodse markten" staan, waaronder de markt op het J.D. Meyerplein en het Waterlooplein. De vordering van bedrijfsmiddelen of facilitaire zaken (zoals verlichtingsmateriaal) past in het patroon van de bezetter om Joodse economische activiteiten te bemoeilijken, te controleren of geheel te liquideren. Abraham Elzas, de geadresseerde, was een bekende naam in de Joodse gemeenschap (er was onder andere een architect A. Elzas actief in die tijd, maar het kan hier ook een marktkoopman betreffen). De eis om apparatuur "onverwijld" in te leveren bij een officiële instantie wijst op de toenemende repressie en onteigening van Joods bezit tijdens de bezetting. A. Elzas J.D. Meyerplein