Brief (verzoekschrift).
Origineel
Brief (verzoekschrift). 5 maart 1942. J.M. van Minnen, Geldersekade 9 III, Amsterdam C. De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Stempel linksboven:] № 30/13/1 R. 1942 6/3
[Rechtsboven:]
Amsterdam 5 Maart 1942.
[Geadresseerde:]
Den Heer Directeur van het Marktwezen te A’dam
[Kantlijnnotitie, mogelijk paraaf:] ontv [onleesbaar]
Weledele Heer,
mag ik mij, als handelend onder de Chinezen, hierbij tot U wenden met het volgende:
de Chinees Sien Hsien Hsu, wonend Nwe Heerengr 83 II die voorheen jarenlang met een kraampje textielgoederen, dassen en dergl standplaats had op de Waterloopleinmarkt zou gaarne van U een vergunning ontvangen om voortaan ook op die markt zijn bedrijf uit te oefenen.
Hiertoe hem gaarne bij U aanbevelende
met alle hoogachting
[Handtekening: J.M. v Minnen]
J.M. v. Minnen
Gelderse kade 9 III
A’dam C In deze brief verzoekt J.M. van Minnen, die zichzelf omschrijft als iemand die "handelend onder de Chinezen" optreedt (mogelijk een bemiddelaar of belangenbehartiger), de Directeur van het Marktwezen om een marktvergunning voor de heer Sien Hsien Hsu.
De kern van het verzoek is dat Sien Hsien Hsu, een Chinese Amsterdammer wonende aan de Nieuwe Heerengracht, zijn oude staanplaats op de Waterloopleinmarkt wil hervatten. Hij verkocht daar voorheen jarenlang textielwaren en dassen. De toon van de brief is beleefd en formeel ("Weledele Heer", "met alle hoogachting"). De afzender, Van Minnen, woont aan de Geldersekade, wat destijds (en nu nog steeds) het hart van de Chinese buurt in Amsterdam was. Dit document is historisch significant vanwege de datum en de locatie: maart 1942 in bezet Amsterdam.
- De Waterloopleinmarkt: Dit was van oorsprong een overwegend Joodse markt. Ten tijde van deze brief (maart 1942) waren de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter in volle gang. Joden werden stelselmatig uit het openbare leven en de economie verdreven. In 1941 was de markt al aangewezen als 'Joodse markt', maar begin 1942 werd de situatie voor Joodse handelaren steeds penibeler. Het feit dat een Chinese handelaar juist op dit moment een vergunning aanvraagt om zijn oude plek weer in te nemen, kan duiden op verschuivingen in de marktbezetting nu Joodse kooplieden werden weggepest of gedeporteerd.
- De Chinese Gemeenschap: De Chinese gemeenschap in Amsterdam (geconcentreerd rond de Geldersekade en de Binnenbantammerstraat) vormde een kleine maar herkenbare minderheid. Tijdens de crisisjaren '30 hadden zij het economisch zwaar gehad (denk aan de pindaventing). Veel Chinezen probeerden via de markthandel in hun levensonderhoud te voorzien.
- Bureaucratie in Oorlogstijd: De brief toont aan dat de reguliere gemeentelijke bureaucreatie, zoals het verlenen van marktvergunningen, onder toezicht van de bezetter gewoon doorging. Het paarse archiefstempel wijst op een formele registratie door de gemeentelijke instanties. De brief biedt een inkijkje in hoe individuen probeerden te navigeren binnen de beperkingen van de bezettingstijd om hun economische positie te behouden of te herkrijgen. J.M. van Minnen Marktwezen