Archiefdocument
Origineel
J. Swart Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam J. Swart-
Vrolikstraat 11 I
Amsterdam
Amsterdam 7/3/41.
Den Heer Directeur
van het Marktwezen
Amsterdam.
WelEdelG. Heer,
Beleefd verzoek ik
u er nota van te willen nemen,
dat ik van de mij toegewezen
standplaats op het Waterlooplein
geen gebruik wensch te maken.
Gaarne maak ik
van deze gelegenheid gebruik u
mijn dank te betuigen voor
de aanwijzing al maak ik er ook
momenteel geen gebruik van. Mocht
ik t.z.t. alsnog in aanmerking
wenschen te komen, reken ik
op uwe welwillende medewerking.
Inmiddels,
Hoogachtend
J Swart * Inhoud: De heer J. Swart schrijft een formele brief aan de directeur van het Marktwezen in Amsterdam. Hij laat weten dat hij geen gebruik zal maken van de standplaats op het Waterlooplein die hem is toegewezen. Hij bedankt voor de aanwijzing en houdt de optie open om in de toekomst opnieuw in aanmerking te komen voor een plek.
* Stijl: De brief is geschreven in een zeer beleefde, ambtelijke toon ("WelEdelG. Heer", "Beleefd verzoek ik", "medewerking").
* Paleografie: Het handschrift is een vlot, hellend currens-schrift uit de eerste helft van de 20e eeuw, goed leesbaar met de kenmerkende lange lussen aan de letters 'g' en 'j'.
* Opvallend: Het document bevat een groot administratief stempel uit 1942. Hoewel de brief in maart 1941 is geschreven, is deze blijkbaar pas later (of opnieuw) verwerkt in een dossier onder nummer 30/14/I in het jaar 1942. Dit document is historisch significant vanwege de datum en de locatie. De brief is gedateerd op 7 maart 1941, slechts enkele weken na de Februaristaking (25-26 februari 1941), die was uitgebroken uit protest tegen de Jodenvervolging in Amsterdam.
Het Waterlooplein was van oudsher het hart van de Joodse buurt en de locatie van een belangrijke Joodse markt. In de loop van 1941 intensiveerden de Duitse bezetters de maatregelen tegen Joodse marktkooplieden. Hoewel de brief geen expliciete reden geeft voor het afzien van de standplaats, is het zeer waarschijnlijk dat de politieke en maatschappelijke druk op Joodse Amsterdammers hierbij een rol speelde.
Het stempel uit 1942 suggereert dat dit document deel uitmaakte van de administratieve afhandeling rondom het volledig verwijderen van Joden uit het openbare economische leven. In 1942 werden Joodse marktkooplieden definitief verbannen naar specifieke "Jodenmarkten" of mochten zij hun beroep helemaal niet meer uitoefenen. De archivering in 1942 kan wijzen op een inventarisatie van vrijgekomen standplaatsen of het definitief afsluiten van dossiers van Joodse burgers. J. Swart Marktwezen