Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 148
Dossier 29
Jaar 1942
Stadsarchief

Administratief bijblad/correspondentieformulier (Alg. Zaken Model No. 14).

Maart 1942. Dossier: 14, 30/15/1

Origineel

Administratief bijblad/correspondentieformulier (Alg. Zaken Model No. 14). Maart 1942. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 30/15/1 1942
DOORGEZONDEN: 10/3-'42

[Rechtsboven]
J. Keesje, Zevenhuizerlaan 650
Heiloo, voorkeurskaart 196
Waterlooplein.

[Midden links, in rode inkt/potlood]
acc. modelhuisje
2 maanden uitstel, mits
opgave ziekenhuis wordt ingeleverd.
machtgeld moet worden doorbetaald.
23/3/42 [paraaf: Th. Renz?]

[Midden, diagonaal en horizontaal]
Waterlooplein
30/15/217 [in rood]
17/3/42 om advies 10-3-42
Insp.

[Hoofdtekst]
Dhr. Inspecteur
Mocht het verzoek van Dhr. J. Keesje voorkeurskaart 196 (om uitstel van plaats bezetten) op waarheid berusten, dan zou ik U in overweging willen geven, het verzoek toe te staan. Aanbeveling zou het echter verdienen, om het met dokters attest te laten bewijzen.
[ondertekening: J. Rens / Renz]

[Onderaan]
Tegen inwilliging verzoek geen bezwaar, alsook echter doktersverklaring inzenden aan dienst M.W.
20-3-42 [ondertekening: de Haen]

[Linksonder drukwerk]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document betreft een verzoek om uitstel voor het bezetten van een staanplaats op de markt (Waterlooplein in Amsterdam). De verzoeker, de heer J. Keesje uit Heiloo, beschikt over een 'voorkeurskaart' (nummer 196). Uit de aantekeningen blijkt dat het verzoek wordt ingewilligd voor een periode van twee maanden, onder twee strikte voorwaarden:
1. Er moet een bewijs van ziekenhuisopname (doktersattest/verklaring) worden overlegd aan de Dienst van het Marktwezen (M.W.).
2. Het zogenaamde 'machtgeld' (de verschuldigde marktprijs of staangeld) moet gedurende het uitstel gewoon worden doorbetaald.

De annotaties in rode inkt lijken de uiteindelijke besluitvorming van de administratie te weerspiegelen na het advies van de inspecteur. Dit document stamt uit maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De locatie 'Waterlooplein' en de term 'voorkeurskaart' zijn in deze periode beladen. In 1941 en 1942 werden Joodse marktkooplieden in Amsterdam steeds verder beperkt in hun bewegingsvrijheid en uiteindelijk gedwongen hun handel te drijven op specifiek aangewezen Joodse markten, waarvan het Waterlooplein de belangrijkste was.

Het feit dat iemand uit Heiloo een plek op het Waterlooplein claimt, duidt op de gecentraliseerde en gecontroleerde aard van de markthandel voor de Joodse bevolking in die tijd. De eis om 'machtgeld' door te betalen ondanks afwezigheid was een gebruikelijke methode van de bezettingsbureaucratie om inkomsten te behouden en druk uit te oefenen op de vergunninghouders. De naam 'Keesje' komt veelvuldig voor in de archieven van de Joodse gemeenschap in Amsterdam. J. Keesje J. Rens M. No Mocht het (Inspecteur) Marktwezen

Samenvatting

Het document betreft een verzoek om uitstel voor het bezetten van een staanplaats op de markt (Waterlooplein in Amsterdam). De verzoeker, de heer J. Keesje uit Heiloo, beschikt over een 'voorkeurskaart' (nummer 196). Uit de aantekeningen blijkt dat het verzoek wordt ingewilligd voor een periode van twee maanden, onder twee strikte voorwaarden:
1. Er moet een bewijs van ziekenhuisopname (doktersattest/verklaring) worden overlegd aan de Dienst van het Marktwezen (M.W.).
2. Het zogenaamde 'machtgeld' (de verschuldigde marktprijs of staangeld) moet gedurende het uitstel gewoon worden doorbetaald.

De annotaties in rode inkt lijken de uiteindelijke besluitvorming van de administratie te weerspiegelen na het advies van de inspecteur.

Historische Context

Dit document stamt uit maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De locatie 'Waterlooplein' en de term 'voorkeurskaart' zijn in deze periode beladen. In 1941 en 1942 werden Joodse marktkooplieden in Amsterdam steeds verder beperkt in hun bewegingsvrijheid en uiteindelijk gedwongen hun handel te drijven op specifiek aangewezen Joodse markten, waarvan het Waterlooplein de belangrijkste was.

Het feit dat iemand uit Heiloo een plek op het Waterlooplein claimt, duidt op de gecentraliseerde en gecontroleerde aard van de markthandel voor de Joodse bevolking in die tijd. De eis om 'machtgeld' door te betalen ondanks afwezigheid was een gebruikelijke methode van de bezettingsbureaucratie om inkomsten te behouden en druk uit te oefenen op de vergunninghouders. De naam 'Keesje' komt veelvuldig voor in de archieven van de Joodse gemeenschap in Amsterdam.

Genoemde Personen 4

J. Keesje J. Rens M. No Mocht het (Inspecteur)

Locaties

Waterlooplein

Producten

Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6