Ambtelijk correspondentieblad (Alg. Zaken-Model No. 14).
Origineel
Ambtelijk correspondentieblad (Alg. Zaken-Model No. 14). Waterlooplein 13-5-42
Den Heer Inspecteur
Door mij is niet te controleeren of het schrijven van I. Muller voorkeurskaart 195 over geen handel en d:g: waarheid bevat. Wel is mij bekend dat I Muller nog niet eenmaal van een plaats gebruik heeft gemaakt, zoo dat ik U in overweging zou willen geven, het verzoek niet toe te staan.
J. Renz
Aantekeningen in de marge en onder de tekst:
- [Rechtsboven]: Insp. Th Renz
- [Daaronder]: advies 11-5-'42 de Kaer
- [Onder de handtekening]: Voorkeurskaart m.i. intrekken (zie rapport Chef Marktopz.)
- [Onderaan]: Zelfde brief als aan R Muller 18-5-'42 de Kaer
- [Rechtsonder, verticaal]: s.v.p. ter afdoening retour naar Admin. dagmarkten. [Paraaf] 20/5 '42 Dit document is een ambtelijk advies met betrekking tot de exploitatie van een marktplaats op het Waterlooplein in Amsterdam. Een zekere I. Muller, houder van voorkeurskaart nummer 195, heeft blijkbaar een verzoek ingediend (waarschijnlijk tot vrijstelling van leges of behoud van standplaats) met als argument dat er "geen handel" was.
De ambtenaar J. Renz adviseert negatief op dit verzoek. Hoewel hij de bewering over de slechte handel niet direct kan weerleggen, voert hij aan dat Muller de toegewezen plaats tot dusverre nooit heeft gebruikt. Hij adviseert daarom om de voorkeurskaart in te trekken. De bureaucratische afhandeling is zichtbaar door de diverse data en parafen die aangeven dat het document langs verschillende afdelingen (Inspectie, Administratie Dagmarkten) is gegaan. Dit document stamt uit mei 1942, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland een grimmige fase inging, met name voor de Joodse bevolking in Amsterdam. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt en de bijbehorende markt.
Vanaf september 1941 mochten Joodse marktkooplieden alleen nog handelen op aangewezen 'Jodenmarkten'. De bureaucratische controle op deze markten was streng. Het feit dat I. Muller "nog niet eenmaal van een plaats gebruik heeft gemaakt" moet gezien worden in het licht van de voortdurende beperkingen, pesterijen en de algehele ontwrichting van het maatschappelijk leven voor Joden in die periode. Een besluit om een voorkeurskaart in te trekken betekende het afpakken van de legale mogelijkheid om in het levensonderhoud te voorzien. De droge, ambtelijke toon van het document staat in schril contrast met de menselijke tragedies die zich op dat moment in de buurt van het Waterlooplein afspeelden. I. Muller J. Renz M. No