Archiefdocument
Origineel
4 mei 1942 L. Vos, woonachtig aan de Christiaan de Wetstraat 24-huis, Amsterdam. Vermoedelijk de marktmeester of een ambtenaar van het Bureau Marktwezen. [Archiefstempel]: No 30/27/1 M. 1942 5/5
A’dam, 4 Mei 1942.
Wel Edele Heer [notitie in marge]: m. hulp
Naar aanleiding van
Uw waarschuwing, dat het geregeld bezoe-
ken van den dagmarkt Waterlooplein, deel
ik U het volgende mede.
Mijn voornaamste handel is
zoetwatervisch, welk artikel gedurende de
vorstperiode niet verkrijgbaar is geweest, terwijl
sedert 1 April tot begin Juni verboden seizoen
is, en ik bovendien algemeen en tijd door geen visch
van de Vischhal heb gehad en zelf niet in
IJmuiden mag komen. Zoodra ik aan de beurt
ben aan de Vischhal, kom ik terstond met
visch op de markt. De laatste keer dat ik visch
had, was op 9-1-'42, hetgeen bij Bureau Markt-
wezen te controleeren is.
Hoogachtend
L. Vos.
Chr. de Wetstr. 24 hs. In deze brief reageert marktkoopman L. Vos op een officiële waarschuwing betreffende zijn onregelmatige aanwezigheid op de dagmarkt van het Waterlooplein. De auteur voert verschillende redenen aan voor zijn afwezigheid:
* Seizoensinvloeden: Hij handelt in zoetwatervis, die tijdens de voorgaande vorstperiode niet leverbaar was. Bovendien wijst hij op de wettelijke gesloten tijd (het "verboden seizoen") voor de visserij tussen april en juni.
* Bevoorradingsproblemen: Hij meldt dat hij via de centrale Vischhal geen toewijzing heeft gekregen.
* Reisbeperkingen: Hij vermeldt expliciet dat hij zelf niet naar IJmuiden (de belangrijkste aanvoerhaven) mag reizen, wat duidt op beperkingen opgelegd door de bezettingsautoriteiten.
* Verifieerbaarheid: Hij verwijst de instanties naar hun eigen administratie om te staven dat hij sinds januari 1942 geen handelswaar meer heeft gehad.
De notitie "m. hulp" (met hulp) suggereert dat de brief namens Vos door iemand anders is geschreven, wat in die tijd vaker voorkwam bij marktkooplieden die moeite hadden met formele correspondentie. Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers tijdens de Duitse bezetting in 1942. De Waterloopleinmarkt was een vitaal onderdeel van het economische leven in de Joodse buurt van Amsterdam. Hoewel de brief een zakelijke toon heeft over visrechten en marktaanwezigheid, is de historische context beladen. De afzender woont in de Transvaalbuurt, een wijk die destijds een zeer hoog percentage Joodse bewoners had. De vermelding dat hij IJmuiden niet in mag, is tekenend; de kustlijn was tot Sperrgebiet verklaard en de bewegingsvrijheid van burgers, en in het bijzonder Joodse burgers, werd in deze periode drastisch ingeperkt. Het strikte toezicht van het Bureau Marktwezen op de aanwezigheid van kooplieden was onderdeel van de toenemende regulering en repressie op de Amsterdamse markten. L. Vos Marktwezen