Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 8 mei 1942. S. Altschuler, Hemonylaan 2 II, Amsterdam-Zuid. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. [Stempel linksboven:] Nº 30/30/1 M. 1942 9/5
[Rechtsboven:] amsterdam 8/5 1942
Aan de Directie
v/h Marktwezen
Alhier
M.H.
Hierdoor deel ik U mede, dat ik
tot mijn spijt geen handelswaar te koop krijgen kan,
waardoor ik op het ogenblik op de markt Waterlooplein
niet kan komen.
Mijn leverancier deelde mij echter mede,
dat over eenigen tijd, zeer waarschijnlijk, de door mij benoodigde
handelswaar weer in voorraad zal hebben,
Derhalve verzoeke ik U beleefd de verplichting
om een plaats in te nemen op de bovengenoemde markt
voor minstens twee a drie maanden op te schorten.
bij voorbaat dankend
Hoogachtend
S. Altschuler
Hemonylaan 2 II
a-dam. Z.
[Rechtsonder, potloodnotitie:] 30 * Inhoud: De schrijver, de heer S. Altschuler, informeert de directie van het Marktwezen dat hij momenteel zijn standplaats op de markt aan het Waterlooplein niet kan innemen. De reden hiervoor is een gebrek aan koopwaar ("handelswaar"). Hij geeft aan dat zijn leverancier verwacht over enige tijd weer voorraad te hebben en verzoekt daarom om zijn verplichting tot het innemen van een plaats voor een periode van twee à drie maanden op te schorten.
* Stijl en Taal: De brief is geschreven in een formele, beleefde zakelijke stijl die gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd (bijv. "v/h" voor van het, "M.H." voor Mijne Heren, "benoodigde").
* Contextuele aanwijzingen: De datum (mei 1942) en de locatie (Waterlooplein) zijn cruciaal. Het Waterlooplein was van oudsher een belangrijke Amsterdamse markt met veel Joodse kooplieden. Dit document stamt uit een kritieke fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In mei 1942 werden de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam steeds verstikkender. Sinds september 1941 mochten Joodse kooplieden alleen nog op specifieke markten staan, waaronder de 'Joodse markt' op het Waterlooplein.
Het gebrek aan "handelswaar" waar de heer Altschuler over schrijft, moet waarschijnlijk gezien worden in het licht van de economische uitsluiting van de Joodse gemeenschap. Toeleveringslijnen werden afgesneden en Joodse bedrijven werden geliquideerd of onder beheer van 'Verwalters' gesteld.
Uit historisch onderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Salomon Altschuler op het adres Hemonylaan 2 II woonde. Hij was een Joodse Amsterdammer die later, in 1944, in het concentratiekamp Blechhammer is vermoord. Dit schijnbaar eenvoudige administratieve verzoek om uitstel van marktplatzichtbaarheid is daarmee een aangrijpend bewijs van de pogingen van Joodse burgers om onder de steeds zwaarder wordende omstandigheden van de bezetting hun dagelijks bestaan en middelen van bestaan voort te zetten, kort voordat de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam begonnen (zomer 1942). M.H. Marktwezen