Doorslag of kopie van een officiële brief/beschikking.
Origineel
Doorslag of kopie van een officiële brief/beschikking. 26 mei 1942 (verzonden op 27 mei 1942). De Directeur (instelling onbekend, waarschijnlijk gelieerd aan distributie of sociale zaken). [Handgeschreven linksboven]: Verzonden 27/5
[Handgeschreven rechtsboven]: Inspecteur [onleesbaar]
[Getypt adresblok]:
den heer S. Altschuler,
Hemonylaan 2 II,
Amsterdam-Z.
Wijk 17.
[Getypt kenmerk en datum]:
30/3092 M. 26 Mei 1942.
[Getypt tekstblok]:
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 8 dezer, deel ik
U mede, dat aan het daarin vervatte verzoek niet kan worden
voldaan.
De U verleende voorkeurskaart zal derhalve worden
ingetrokken.
[Getypt slot]:
De Directeur, De kern van deze korte, zakelijke brief is de afwijzing van een verzoek van de heer S. Altschuler en de daaropvolgende intrekking van zijn "voorkeurskaart".
- Voorkeurskaart: In de context van de bezettingstijd en het distributiestelsel gaf een voorkeurskaart recht op bepaalde privileges, zoals extra rantsoenen, voorrang bij medische zorg of ontheffingen van bepaalde verboden.
- Toon: De brief is extreem kort en formeel, zonder opgaaf van redenen voor de afwijzing of intrekking. Dit is typerend voor de bureaucratische afhandeling van zaken tijdens de bezetting.
- Administratie: De handgeschreven aantekening "Verzonden 27/5" duidt op een efficiënte dossierbeheer-praktijk waarbij de datum van verzending op het archiefexemplaar werd genoteerd. Dit document stamt uit mei 1942, een kritieke periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De maatregelen tegen de Joodse bevolking werden in deze periode in snel tempo aangescherpt:
- Anti-Joodse maatregelen: Op 3 mei 1942 was het dragen van de Jodenster verplicht geworden. Het intrekken van "voorkeurskaarten" of speciale vergunningen voor Joodse burgers was een veelvoorkomende methode om hen verder te isoleren en hun bewegingsvrijheid en levensstandaard in te perken.
- Geadresseerde: De naam S. Altschuler en het adres in de Hemonylaan (een buurt in Amsterdam-Zuid met indertijd veel Joodse inwoners) suggereren dat de geadresseerde een Joodse achtergrond had. Voor veel Joodse Amsterdammers was de intrekking van dergelijke bewijzen een voorbode van de massale deportaties die in juli 1942 zouden beginnen.
- Betekenis: De brief is een voorbeeld van de "bureaucracie van de uitsluiting", waarbij officiële instanties via simpele administratieve handelingen bijdroegen aan de marginalisering van een specifieke bevolkingsgroep. S. Altschuler Z.