Handgeschreven brief (verzoekschrift/bezwaarschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/bezwaarschrift). 20 juli 1942. Nº 38/37/1 M. 1942 21/7
Amsterdam, 20 Juli 1942
Weledelgestrenge Heer,
Van den heer Ruem vernam ik, dat ik met ingang van heden de gehele dag aan mijn consumptiewagen in de speeltuin aan het Waterlooplein dien aanwezig te zijn.
Zoals U uit bijgesloten attest zal blijken, laat mijn gezondheidstoestand (een oogaandoening, waardoor het gezichtsvermogen mijner beide ogen volgens den specialist dr. S. de Vries, van Baerlestraat, alhier, nog slechts bedraagt resp. 1/10 en 1/50 van normaal, zodat ik alles onder geleide moet doen) het mij niet toe gehele dagen aanwezig te zijn; bovendien zou ik dan in mijn hulpbehoevendheid, zonder iets nuttigs te kunnen verrichten, ten toon zitten voor het publiek, hetgeen, zoals U zult begrijpen, mij niet zeer aantrekt.
Hiertegenover staat, dat ik onder geen beding, mijn marktplaats vrijwillig zou willen opgeven, daar dit de enige broodwinning betekent van mij en mijn gezin.
Ik hoop dan ook, dat het U mogelijk zal zijn mij hierin tegemoet [brief breekt af] * Toon en taalgebruik: De brief is geschreven in een formele, eerbiedige maar dringende toon ("Weledelgestrenge Heer"). De schrijver hanteert de spelling van vóór de hervorming van 1947 (bijv. "den heer", "mijne", "hulpbehoevendheid").
* Kern van het geschil: De lokale autoriteiten (mogelijk de Dienst Marktwezen, gezien de 'M' in het stempel) hebben de regel aangescherpt dat vergunninghouders persoonlijk en de hele dag bij hun kraam/wagen aanwezig moeten zijn.
* Medische argumentatie: De schrijver voert een zeer ernstige visuele beperking aan (bijna blindheid: 1/10 en 1/50 zicht) als reden waarom dit fysiek onmogelijk is. Hij benadrukt dat hij hulp nodig heeft om zich te verplaatsen ("onder geleide").
* Sociaal-emotioneel aspect: Er is sprake van een gevoel van eigenwaarde; de schrijver wil niet als een "bezienswaardigheid" ("ten toon zitten") hulpeloos bij zijn wagen zitten zonder iets te kunnen doen.
* Economische noodzaak: Ondanks zijn handicap weigert de schrijver zijn plek op te geven, omdat het de enige bron van inkomsten voor zijn gezin is. * Historische context: De datum (20 juli 1942) is uiterst precair. Dit is de periode in de Tweede Wereldoorlog waarin de deportaties van Joden vanuit Nederland naar de vernietigingskampen in volle gang waren gezet (de eerste treinen uit Westerbork vertrokken halverwege juli 1942).
* Locatie context: Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. In 1941 was de markt daar door de bezetter aangewezen als "Joodsche markt", waar alleen Joden mochten handelen en kopen.
* Bureaucracy en overleven: Dit document illustreert de schrijnende bureaucratische strijd die individuen moesten voeren om hun dagelijks brood te behouden, terwijl de wereld om hen heen instortte. Voor een Joodse marktkoopman in 1942 was het behoud van een marktvergunning niet alleen een kwestie van inkomen, maar vaak ook een (tijdelijke) poging om aan deportatie te ontsnappen via werkvergunningen of 'Sperres'.
* De arts: Dr. S. de Vries was een bekende oogarts in Amsterdam. Het feit dat hij wordt opgevoerd, duidt op een poging om het verzoek met legitieme medische bewijzen te ondersteunen.