Archiefdocument
Origineel
16 juli 1942 H. Fischjager, Nieuwe Prinsengracht 90, Amsterdam De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam Nᵒ 30/36/1 M. 1942 20/7 [stempel]
787 [handgeschreven]
Amsterdam 16 Juli '42
Aan de Weled. Heer,
Direkteur van het Marktwezen
Alhier
In verwondering ontving ik Uw schrijven
van heden daar ik mij toch ziek
liet melden bij de Marktmeester
van de Waterlooplein markt met
Dokters bewijs, andere verplichtingen
ben ik nagekomen, zo dat hier
een vergissing moet zijn.
Inmiddels, na Uw controle,
ander bericht wachtend
teeken ik.
Hoogachtend
H. Fischjager
Nw. Prinsengr. 90.
[Onderaan toegevoegde ambtelijke notities:]
Intrekking vervallen.
Ongerapporteerd 23/7 '42 [paraaf]
y 22/7 '42
Onbergen [?] y 23/7 '42
30 De schrijver van de brief, H. Fischjager, reageert op een schrijven van de gemeente (het Marktwezen) dat hij diezelfde dag heeft ontvangen. Het lijkt erop dat hij een officiële waarschuwing of sanctie heeft gekregen omdat hij niet op de markt aanwezig was. Fischjager voert aan dat dit op een vergissing berust: hij stelt dat hij zich conform de regels ziek heeft gemeld bij de marktmeester van de Waterloopleinmarkt en hiervoor een doktersverklaring heeft overlegd.
De ambtelijke notities onderaan de brief ("Intrekking vervallen") suggereren dat het bezwaar van Fischjager is geaccepteerd en dat een eerder voorgenomen maatregel (zoals het intrekken van een marktvergunning of staanplaats) is geannuleerd na controle van de feiten. De datum van de brief, 16 juli 1942, is historisch zeer beladen. Dit was de tijd van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Slechts één dag eerder, op 15 juli 1942, was de eerste trein met Joodse gedeporteerden uit Amsterdam vertrokken naar kamp Westerbork.
De afzender woonde aan de Nieuwe Prinsengracht 90, midden in de Joodse buurt van Amsterdam. Ook de markt op het Waterlooplein was een centrale plek voor de Joodse gemeenschap. In deze periode werden Joodse marktkooplieden geconfronteerd met steeds strengere beperkingen en uitsluiting. De brief toont aan hoe de bureaucratie van het Amsterdamse Marktwezen simpelweg doorging met het handhaven van regels en vergunningen, terwijl de Joodse bevolking op dat moment systematisch werd weggevoerd. Voor een Joodse koopman was het behoud van zijn officiële status en staanplaats van cruciaal belang voor zijn overleving en legitimiteit in de stad. H. Fischjager Marktwezen