Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 255
Dossier 24
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

4 augustus 1942. Van: De Directeur (waarnemend), instantie onbekend (mogelijk een gemeentelijke afdeling in Amsterdam). Aan: Den Heer J. de Casseres, Utrechtschedwarsstraat 114 II, Amsterdam-Centrum.

Origineel

4 augustus 1942. De Directeur (waarnemend), instantie onbekend (mogelijk een gemeentelijke afdeling in Amsterdam). Den Heer J. de Casseres, Utrechtschedwarsstraat 114 II, Amsterdam-Centrum. (Bovenaan, handgeschreven in blauwe inkt):
Verzonden 4/8

(Rechtsboven, getypt):
HB.

den Heer J. de Casseres,
Utrechtschedwarsstraat 114 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 4.

30/44/2 M. 4 Augustus 1942.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 29 Juli j.l. deel ik U
mede, dat aan het daarin vervatte verzoek niet kan worden voldaan.

De Directeur,
wnd. De brief is een schoolvoorbeeld van droge, ambtelijke correspondentie uit de bezettingsperiode. De inhoud is extreem summier: een formele afwijzing van een verzoek dat de geadresseerde op 29 juli 1942 had gedaan. De aard van het verzoek wordt niet genoemd, wat suggereert dat dit een standaard antwoordformulier of een kopie voor het dossier is.

Het taalgebruik is formeel en afstandelijk ("deel ik U mede", "niet kan worden voldaan"). De handgeschreven aantekening "Verzonden 4/8" dient als administratieve verificatie dat de brief op de dag van datering de deur uit is gegaan. De historische context van dit document is beladen. De datum, 4 augustus 1942, valt midden in de periode van de grootschalige deportaties van Joodse burgers uit Amsterdam. De geadresseerde, J. de Casseres, draagt een bekende Sefardisch-Joodse achternaam.

In de zomer van 1942 probeerden veel Joodse Amsterdammers via officiële weg verzoeken in te dienen voor bijvoorbeeld reisvergunningen, vrijstellingen (Sperren) of zaken betreffende hun huisvesting in de aangewezen Joodse wijken. De bureaucratische onverbiddelijkheid van de afwijzing ("niet kan worden voldaan") kreeg in deze periode vaak een fatale lading. Dit document illustreert de 'banaliteit' van de bureaucratie tijdens de Holocaust: terwijl een volledige bevolkingsgroep werd weggevoerd, bleven de ambtelijke molens draaien en verzoeken op zakelijke wijze afwijzen. J. de Casseres

Samenvatting

De brief is een schoolvoorbeeld van droge, ambtelijke correspondentie uit de bezettingsperiode. De inhoud is extreem summier: een formele afwijzing van een verzoek dat de geadresseerde op 29 juli 1942 had gedaan. De aard van het verzoek wordt niet genoemd, wat suggereert dat dit een standaard antwoordformulier of een kopie voor het dossier is.

Het taalgebruik is formeel en afstandelijk ("deel ik U mede", "niet kan worden voldaan"). De handgeschreven aantekening "Verzonden 4/8" dient als administratieve verificatie dat de brief op de dag van datering de deur uit is gegaan.

Historische Context

De historische context van dit document is beladen. De datum, 4 augustus 1942, valt midden in de periode van de grootschalige deportaties van Joodse burgers uit Amsterdam. De geadresseerde, J. de Casseres, draagt een bekende Sefardisch-Joodse achternaam.

In de zomer van 1942 probeerden veel Joodse Amsterdammers via officiële weg verzoeken in te dienen voor bijvoorbeeld reisvergunningen, vrijstellingen (Sperren) of zaken betreffende hun huisvesting in de aangewezen Joodse wijken. De bureaucratische onverbiddelijkheid van de afwijzing ("niet kan worden voldaan") kreeg in deze periode vaak een fatale lading. Dit document illustreert de 'banaliteit' van de bureaucratie tijdens de Holocaust: terwijl een volledige bevolkingsgroep werd weggevoerd, bleven de ambtelijke molens draaien en verzoeken op zakelijke wijze afwijzen.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Kruidenier (Droog): Rijst Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen Razzia & Arrestatie

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6