Archiefdocument
Origineel
22 augustus 1942. Ab. Velleman (Abraham Velleman). Amsterdam 22-8-'42
Mijne Heeren
Naar aanleiding van Uw schrijven d.d.
22-8-'42 deel ik mede, met betrekking
tot mijn standplaats Waterloopl: markt
dat alvorens u overgaat tot intrekking
van bovengenoemde standplaats, ik mijn
verplichtingen natuurlijk zal voldoen.
Ik hoop den dinsdag of woensdagmorgen
even ten uwe kantore te verschijnen.
Hoogachtend ab. Velleman P. Nw. Herengr 19 I De brief is een urgente reactie op een aanzegging die de schrijver op dezelfde dag heeft ontvangen. De kern van het bericht is de toezegging van de heer Velleman dat hij aan zijn financiële verplichtingen (waarschijnlijk achterstallig standplaatsgeld) zal voldoen om te voorkomen dat zijn vergunning voor de Waterloopleinmarkt wordt ingetrokken.
Het handschrift is een vlot, Geoefend midden-20e-eeuws cursief. Het taalgebruik is formeel en beleefd ("Mijne Heeren", "ten uwe kantore"), wat getuigt van een respectvolle maar dringende houding tegenover de instanties. Het feit dat de reactie op dezelfde dag als het schrijven van de instantie is opgesteld, onderstreept de nijpende situatie van de afzender. Dit document is historisch zeer significant vanwege de datum en locatie. Op 22 augustus 1942 was de Jodenvervolging in het bezette Amsterdam in volle gang; de deportaties naar de vernietigingskampen waren ruim een maand eerder begonnen. De Waterloopleinmarkt was vanouds de centrale markt in de Joodse buurt.
Joodse marktkooplieden werden in deze periode systematisch gediscrimineerd, financieel beperkt en uiteindelijk uit het economische leven geweerd. Het adres van de afzender, de Plantage Nieuwe Herengracht, lag midden in de aangewezen 'Joodse wijk'.
De brief illustreert de tragische bureaucratische realiteit van die tijd: terwijl de Joodse bevolking onder doodsdreiging leefde en werd weggevoerd, bleven civiele instanties zoals het marktwezen onverstoord procedures voor betalingen en intrekkingen handhaven. Uit historische bronnen (zoals de archieven van de Joodse Raad en het Joods Monument) is bekend dat Abraham Velleman, een koopman woonachtig op dit adres, de oorlog niet heeft overleefd. Dit briefje is een tastbaar overblijfsel van zijn wanhopige poging om in die donkere periode zijn nering en daarmee een schijn van normaliteit te behouden. P. Nw Marktwezen