Verzoekschrift voor een marktstandplaats.
Origineel
Verzoekschrift voor een marktstandplaats. 15 oktober 1942 E. Heeger, woonachtig aan de Zwanenburgwal 6-II te Amsterdam. De WelEd. Heer Directeur van het marktwezen te Amsterdam. № 30/74/1 M. 1942 16/10 [stempel]
A'dam 15 Oct. 1942.
Aan de WelEd. Heer Directeur
van het marktwezen.
Alhier.
WelEd. Heer,
[In de marge:] m.i. Insp.
Hiermede verzoekt ondergetekende beleefd
alsnog een plaats op de Joodsche markt Waterlooplein,
daar hij wegens ziekte verhindert was een plaats in te nemen;
doch nu door financiëlle omstandigheden genoodzaakt is
mijn werk weer te hervatten.
Ben 72 jaar en sta reeds 40 jaar bij het
marktwezen ingeschreven.
Hopende een spoedig en gunstig antwoord
van U te mogen ontvangen, verblijf ik U bij voorbaat dankend,
Hoogachtend
E. Heeger.
Zwanenburgwal 6 II, Amsterdam.
[Ambtelijke aantekeningen onderaan de brief:]
30/74/2 Vanaf Januari '41 geen vaste plaats
27/10/42 m.i. kan dit verzoek niet
worden ingewilligd
aan verzoek niet
kan worden voldaan. D
19-10-42
30 In deze handgeschreven brief verzoekt de 72-jarige E. Heeger de directeur van het Amsterdamse marktwezen om een standplaats op de "Joodsche markt" aan het Waterlooplein. De afzender voert aan dat hij al 40 jaar als marktkoopman geregistreerd staat, maar door ziekte tijdelijk geen plek kon innemen. Vanwege verslechterde financiële omstandigheden ziet hij zich nu genoodzaakt zijn werk te hervatten.
De ambtelijke notities onderaan de brief tonen de afwikkeling van het verzoek. Er wordt geconstateerd dat de aanvrager sinds januari 1941 geen vaste standplaats meer heeft gehad. Op basis daarvan wordt op 27 oktober 1942 besloten dat aan het verzoek niet kan worden voldaan. Dit document stamt uit een kritieke periode in de Tweede Wereldoorlog. In 1941 stelden de Duitse bezetters in Amsterdam specifieke "Joodsche markten" in (onder andere op het Waterlooplein, het Gaaspstraatje en de Joubertstraat) om Joodse handelaren en burgers te isoleren van de rest van de bevolking. Joden mochten vanaf dat moment alleen nog op deze markten hun waren verkopen.
Ten tijde van dit schrijven (oktober 1942) waren de grootschalige deportaties van Joden uit Amsterdam naar de concentratie- en vernietigingskampen al in volle gang. De brief illustreert de precaire overlevingsstrijd van oudere Joodse burgers die, ondanks de vervolging en hun hoge leeftijd, probeerden in hun levensonderhoud te voorzien. De kille, bureaucratische afwijzing is typerend voor de wijze waarop het gemeentelijk apparaat onder de bezetting functioneerde met betrekking tot Joodse aangelegenheden. E. Heeger Marktwezen