Handgeschreven brief (formeel verzoek/klacht).
Origineel
Handgeschreven brief (formeel verzoek/klacht). 27 oktober 1942. I. Mozeworter, Peperstraat 6, Amsterdam. Den Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. No 30/73/2 M. 1942 28/6 245
Amsterdam 27 October 1942
Den Heer Inspecteur
van het Marktwezen
Alhier
Mb
Onder dankzegging voor de verleende gunst tot het verkrijgen
van een plaats op markt, moet tot mijne spijt melden, dat de
marktmeester Waterlooplein weigerde het achterstallige markt-
gelden te ontvangen. Wat hier de oorzaak van is, dat is mij
niet bekend.
Uw antwoord gaarne tegemoet ziende
Verblijf ik
Hoogachtend
I Mozeworter
Peperstraat 6.
[Rechtsonder, diagonaal geschreven:]
opbergen
4-11-42
de Haan De brief is een zakelijke correspondentie waarin de afzender, I. Mozeworter, de Inspecteur van het Marktwezen bedankt voor het toewijzen van een marktplaats. Echter, hij meldt een probleem: de marktmeester op het Waterlooplein weigert zijn achterstallige marktgeld aan te nemen. De schrijver geeft aan niet te weten waarom dit geweigerd wordt.
De toon is uiterst beleefd ("verleende gunst", "tot mijne spijt"), wat gebruikelijk was voor die tijd, maar mogelijk ook een teken van de precaire positie waarin de afzender zich bevond. De administratieve krabbel rechtsonder ("opbergen 4-11-42") geeft aan dat de brief een week na schrijven is afgehandeld of gearchiveerd door een ambtenaar genaamd De Haan. Dit document is geschreven in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog. De datum (oktober 1942) is cruciaal: de grootschalige deportaties van Joodse Amsterdammers waren op dat moment in volle gang.
- De Afzender: I. Mozeworter is vrijwel zeker Isaac Mozeworter (geboren in 1891), die inderdaad op Peperstraat 6 woonde. Volgens historische bronnen (zoals het Joods Monument) werd hij op 30 november 1942 — slechts een maand na het schrijven van deze brief — in Auschwitz vermoord.
- Waterlooplein: De markt op het Waterlooplein lag in het hart van de Joodse buurt. In 1941 was deze door de bezetter aangewezen als de enige markt waar Joden nog mochten handelen.
- De weigering: De weigering van de marktmeester om achterstallig geld aan te nemen kan een bureaucratisch voorteken zijn geweest van de uitsluiting van Joden uit het economische leven, of een indicatie dat Mozeworter al op een lijst stond voor deportatie, waardoor zijn officiële status als marktkoopman was vervallen.
De brief toont de schrijnende dagelijkse realiteit van iemand die probeert zijn normale professionele verplichtingen na te komen, terwijl de mazen van de nazi-vervolging zich onverbiddelijk om hem heen sluiten. I. Mozeworter Marktwezen