Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 368
Dossier 17
Jaar 1942
Stadsarchief

Brief op officieel briefpapier met stempels en handgeschreven aantekeningen.

6 november 1942. Van: OMNIA Treuhandgesellschaft m.b.H. (namens de Treuhänder), kantoor Amsterdam, Heerengracht 503. Getekend door W. Bramer. Aan: Directeur voor het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam.

Origineel

Brief op officieel briefpapier met stempels en handgeschreven aantekeningen. 6 november 1942. OMNIA Treuhandgesellschaft m.b.H. (namens de Treuhänder), kantoor Amsterdam, Heerengracht 503. Getekend door W. Bramer. Directeur voor het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. (Stempel linksboven):
DE TREUHÄNDER
OMNIA
TREUHANDGESELLSCHAFT M.B.H.
i.V. Bramer,
Amsterdam,
Heerengracht 503

(Rechtsboven):
Amsterdam, den 6. November 1942.
309
03/K.

(Adres):
An den
Directeur voor het
Marktwezen
A m s t e r d a m
Jan van Galenstraat 14

(Stempel links):
Nº 30/77/1 M. 1942 9/11

(Brieftekst):
Betr.: Liquidation der Firma R. Baumstein, Amster-
dam, Pl. Muidergracht 27 I.

Auf Anordnung des Herrn Reichskommissar für die besetz-
ten niederländischen Gebiete -, Abt. Wirtschaftsprüf-
stelle - Den Haag, ist die OMNIA Treuhandgesellschaft
m.b.H., Den Haag, deren Beauftragter ich bin, mit der
Durchführung der Liquidation beauftragt worden.

In dieser Eigenschaft senden wir Ihnen die Marktplatz-
karten 1939 und 1940, sowie das dortige Schreiben vom
14. Januar 1942 an Baumstein, wieder zurück.

Die Marktplatzkarte 1941 hat der Jude bereits im Novem-
ber 1941 nach dort zurückgegeben.

Heil Hitler !
DER TREUHÄNDER
OMNIA
TREUHANDGESELLSCHAFT M.B.H.
i.V. [Signatuur: Bramer]

Anlagen 1

(Handgeschreven aantekening onderaan):
Plaatsen van Baumstein waren
reeds ingetrokken.
[Initialen] 10/11 '42

(Stempel rechtsonder):
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
[Signatuur: Dekker] Dit document legt de bureaucratische afhandeling vast van de diefstal van een Joodse onderneming. De belangrijkste elementen zijn:

  1. De Rol van OMNIA: OMNIA Treuhandgesellschaft was een door de nazi's opgerichte organisatie die belast was met de "liquidatie" of "arisering" van Joodse bedrijven. In de praktijk betekende dit het plunderen van de activa en het opheffen van de Joodse invloed op de economie.
  2. Uitsluiting van de Markt: De kern van de brief is de teruggave van "Marktplatzkarten" (marktvergunningen) aan de gemeente Amsterdam (het Marktwezen). Dit markeert het einde van de professionele activiteit van de ondernemer R. Baumstein.
  3. Ontmenselijking: De tekst verwijst naar de eigenaar als "der Jude" (de Jood) in plaats van bij naam. Dit is kenmerkend voor de depersonalisatie in nazi-documenten. Er wordt vermeld dat hij zijn kaart voor 1941 al in november 1941 had moeten inleveren.
  4. Nederlandse Collaboratie/Medewerking: De brief is gericht aan een Amsterdamse gemeentelijke dienst. De handgeschreven notitie onderaan ("reeds ingetrokken") en de stempel "Gezien de Inspecteur" door een zekere Dekker tonen aan dat de lokale bureaucratie de verordeningen van de bezetter uitvoerde en verwerkte. In 1941 en 1942 vaardigde de bezetter een reeks verordeningen uit die Joden verbood om deel te nemen aan de openbare markten. Amsterdam, met een grote Joodse bevolking, had veel Joodse marktkooplieden (denk aan het Waterlooplein).

  5. Arisering: Dit proces maakte deel uit van de bredere "arisering", waarbij Joden eerst uit het economische leven werden verstoten voordat hun fysieke deportatie begon.

  6. Treuhand: Een "Treuhänder" (bewindvoerder) werd aangesteld om de controle over Joodse zaken over te nemen. OMNIA was het centrale orgaan hiervoor in Nederland, handelend onder het Reichskommissariat van Seyss-Inquart.
  7. Tijdlijn: November 1942, de datum van deze brief, was een periode waarin de deportaties vanuit Amsterdam naar kamp Westerbork en verder naar de vernietigingskampen in volle gang waren. De administratieve liquidatie van een bedrijf volgde vaak nadat de eigenaar al was afgevoerd of was ondergedoken.

Samenvatting

Dit document legt de bureaucratische afhandeling vast van de diefstal van een Joodse onderneming. De belangrijkste elementen zijn:

  1. De Rol van OMNIA: OMNIA Treuhandgesellschaft was een door de nazi's opgerichte organisatie die belast was met de "liquidatie" of "arisering" van Joodse bedrijven. In de praktijk betekende dit het plunderen van de activa en het opheffen van de Joodse invloed op de economie.
  2. Uitsluiting van de Markt: De kern van de brief is de teruggave van "Marktplatzkarten" (marktvergunningen) aan de gemeente Amsterdam (het Marktwezen). Dit markeert het einde van de professionele activiteit van de ondernemer R. Baumstein.
  3. Ontmenselijking: De tekst verwijst naar de eigenaar als "der Jude" (de Jood) in plaats van bij naam. Dit is kenmerkend voor de depersonalisatie in nazi-documenten. Er wordt vermeld dat hij zijn kaart voor 1941 al in november 1941 had moeten inleveren.
  4. Nederlandse Collaboratie/Medewerking: De brief is gericht aan een Amsterdamse gemeentelijke dienst. De handgeschreven notitie onderaan ("reeds ingetrokken") en de stempel "Gezien de Inspecteur" door een zekere Dekker tonen aan dat de lokale bureaucratie de verordeningen van de bezetter uitvoerde en verwerkte.

Historische Context

In 1941 en 1942 vaardigde de bezetter een reeks verordeningen uit die Joden verbood om deel te nemen aan de openbare markten. Amsterdam, met een grote Joodse bevolking, had veel Joodse marktkooplieden (denk aan het Waterlooplein).

  • Arisering: Dit proces maakte deel uit van de bredere "arisering", waarbij Joden eerst uit het economische leven werden verstoten voordat hun fysieke deportatie begon.
  • Treuhand: Een "Treuhänder" (bewindvoerder) werd aangesteld om de controle over Joodse zaken over te nemen. OMNIA was het centrale orgaan hiervoor in Nederland, handelend onder het Reichskommissariat van Seyss-Inquart.
  • Tijdlijn: November 1942, de datum van deze brief, was een periode waarin de deportaties vanuit Amsterdam naar kamp Westerbork en verder naar de vernietigingskampen in volle gang waren. De administratieve liquidatie van een bedrijf volgde vaak nadat de eigenaar al was afgevoerd of was ondergedoken.

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6