Getypte administratieve correspondentie met handgeschreven aantekeningen.
Origineel
Getypte administratieve correspondentie met handgeschreven aantekeningen. [Handgeschreven, bovenaan midden:]
Verzonden 18/12 dup 2x
[Getypt:]
30/80/2 G/SV
18 December 1942.
Elkan v.d.Hoek
Roeterstraat 5 ''
Waterlooplein Amsterdam.
Vrijstelling betaling Marktgelden Waterlooplein
te goed F.0.60
xx
xxx xxx Waterlooplein
18 October 1942
xx
xx Dit document is een administratieve kennisgeving of een doorslag voor het dossier betreffende een financiële verrekening van marktgelden. Het gaat om een bedrag van 0,60 gulden (F. 0.60) dat blijkbaar "te goed" staat of waarvoor vrijstelling is verleend aan Elkan van der Hoek.
De handgeschreven notitie "Verzonden 18/12" duidt op de datum van uitgang van de officiële brief. De aanduiding "dup 2x" betekent dat er twee duplicaten van dit document zijn gemaakt voor de administratie. De onderkant van het blad bevat diverse "x"-markeringen en een eerdere datum (18 oktober 1942), wat suggereert dat dit getypte blad fungeerde als een soort sjabloon of verzamelblad voor boekhoudkundige gegevens.
De locatie van de geadresseerde (Roetersstraat) en de markt (Waterlooplein) situeren dit document direct in de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Het document is opgesteld in december 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam in een vergevorderd stadium. Sinds september 1941 mochten Joodse marktkooplieden hun beroep alleen nog uitoefenen op speciaal aangewezen "Jodenmarkten", waaronder de markt op het Waterlooplein.
Geadresseerde Elkan van der Hoek (geboren op 19 januari 1913) was inderdaad een Joodse marktkoopman die woonachtig was op het adres Roetersstraat 5. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat hij later is gedeporteerd en op 9 juli 1943 is vermoord in vernietigingskamp Sobibor.
Dergelijke administratieve documenten tonen de wrange realiteit van die tijd: terwijl de systematische uitroeiing en deportatie van de Joodse bevolking in volle gang was, bleef de gemeentelijke bureaucratie tot in detail doorgaan met het afhandelen van kleine financiële posten en marktgelden van de mensen die zij kort daarvoor uit het economische leven hadden verstoten.