Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 395
Dossier 30
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief.

23 april 1942. Van: J. v.d. Linde, Reijnier Vinkeleskade (waarschijnlijk 'Reinier Wijtenbachstraat' bedoeld, zie adres) 96-I, Amsterdam. Aan: Waarschijnlijk de marktmeester of een gemeentelijke afdeling belast met marktwezen in Amsterdam. Dossier: 32

Origineel

Handgeschreven brief. 23 april 1942. J. v.d. Linde, Reijnier Vinkeleskade (waarschijnlijk 'Reinier Wijtenbachstraat' bedoeld, zie adres) 96-I, Amsterdam. Waarschijnlijk de marktmeester of een gemeentelijke afdeling belast met marktwezen in Amsterdam. Mijnheer [rechts uitgelijnd] A,dam 23 April 1942

Naaraan leiding van dit schrijven is als reden, en wel
ik heb een vaste standplaats op de Sumatrastraat,
mijn standplaats nummer is 88. Dit is zoogenaamd op
het Sumatrapleintje. Nu had ik een vriendelijk ver-
zoek aan U, of ik ook die standplaats op de hoek
Javastraat en Sumatrastraat zou kunnen krijgen
Ik heb al een paar keer aan de markt meester gevraagd
om die standplaats, en die heeft mij daar steeds van
afgewezen. Ik dacht wel als dat die plaatsen waar
de joden op gestaan hadden, als dat die vrij waren, ik
ben zoowat haast de oudste standplaats houder van die
markt, dus dat ik er wel recht op ~~had te hebben~~ had
zoodoende richt ik dit verzoek aan U, hopende op een
goed russcheltaat te mogen rekenen, zoo verblijf ik
in afwachting

[rechts uitgelijnd] J v d Linde
[rechts uitgelijnd] Re Wijtenbachstraat 96^I
[rechts uitgelijnd] Amsterdam

[stempel linksonder] Nº 32 / 1 / 1 / M. 1942 24/4 In deze brief verzoekt J. v.d. Linde om een verplaatsing van zijn huidige marktstandplaats (nummer 88 op het Sumatrapleintje) naar een gunstigere locatie op de hoek van de Javastraat en de Sumatrastraat in Amsterdam. De schrijver motiveert zijn verzoek door te wijzen op zijn anciënniteit; hij claimt een van de oudste standplaatshouders op die markt te zijn.

Opvallend is de expliciete rechtvaardiging die de schrijver gebruikt: hij gaat ervan uit dat er plekken beschikbaar zijn gekomen omdat "de joden" daar niet meer mogen staan. Hij heeft dit verzoek al vaker bij de marktmeester ingediend, maar werd telkens afgewezen, waarna hij besloot zich direct tot een hogere instantie te richten. Het taalgebruik is nederig maar vasthoudend, met enkele spellingsfouten die wijzen op een beperkte formele scholing (bijv. "naaraan leiding" en "russcheltaat"). Dit document is een indringend voorbeeld van de alledaagse realiteit tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In april 1942 was de uitsluiting van Joden uit het openbare leven in volle gang. Sinds september 1941 mochten Joden alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan en werden zij verbannen van de reguliere markten.

De brief illustreert hoe niet-Joodse burgers probeerden te profiteren van de gedwongen verwijdering van hun Joodse mede-burgers. De term "vrijgekomen" plaatsen krijgt hier een wrange lading. Het toont aan dat de anti-Joodse maatregelen van de bezetter niet alleen van bovenaf werden opgelegd, maar ook door sommige burgers werden gezien als een kans op economische verbetering of het verkrijgen van privileges, in dit geval een betere plek op de markt. Het stempel onderaan de brief geeft aan dat het verzoek officieel in behandeling is genomen door de gemeentelijke administratie op 27 april 1942. J. v.d. Linde Marktwezen

Samenvatting

In deze brief verzoekt J. v.d. Linde om een verplaatsing van zijn huidige marktstandplaats (nummer 88 op het Sumatrapleintje) naar een gunstigere locatie op de hoek van de Javastraat en de Sumatrastraat in Amsterdam. De schrijver motiveert zijn verzoek door te wijzen op zijn anciënniteit; hij claimt een van de oudste standplaatshouders op die markt te zijn.

Opvallend is de expliciete rechtvaardiging die de schrijver gebruikt: hij gaat ervan uit dat er plekken beschikbaar zijn gekomen omdat "de joden" daar niet meer mogen staan. Hij heeft dit verzoek al vaker bij de marktmeester ingediend, maar werd telkens afgewezen, waarna hij besloot zich direct tot een hogere instantie te richten. Het taalgebruik is nederig maar vasthoudend, met enkele spellingsfouten die wijzen op een beperkte formele scholing (bijv. "naaraan leiding" en "russcheltaat").

Historische Context

Dit document is een indringend voorbeeld van de alledaagse realiteit tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In april 1942 was de uitsluiting van Joden uit het openbare leven in volle gang. Sinds september 1941 mochten Joden alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan en werden zij verbannen van de reguliere markten.

De brief illustreert hoe niet-Joodse burgers probeerden te profiteren van de gedwongen verwijdering van hun Joodse mede-burgers. De term "vrijgekomen" plaatsen krijgt hier een wrange lading. Het toont aan dat de anti-Joodse maatregelen van de bezetter niet alleen van bovenaf werden opgelegd, maar ook door sommige burgers werden gezien als een kans op economische verbetering of het verkrijgen van privileges, in dit geval een betere plek op de markt. Het stempel onderaan de brief geeft aan dat het verzoek officieel in behandeling is genomen door de gemeentelijke administratie op 27 april 1942.

Genoemde Personen 1

Producten

Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6