Archief 745
Inventaris 745-378
Pagina 21
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

1 april 1941. Van: Directeur van het Marktwezen. Aan: De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen (waarschijnlijk van de gemeente Amsterdam).

Origineel

1 april 1941. Directeur van het Marktwezen. De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen (waarschijnlijk van de gemeente Amsterdam). Bladzijde No. 6 van brief No. 37/15/8 M. d.d. 1 April 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.

acht het mogelijk bij het afloopen van de desbetreffende contracten en wellicht door ruiling, de 2 Joodsche firma's, die thans in pakhuis A zijn gevestigd, de eene Joodsche grossier in complex C en de eene Joodsche grossier van complex D, afdeelingen te doen huren in complex B. Er zouden dan 8 Joodsche grossiers in B zijn gevestigd; de overige 7 afdeelingen worden dan vooralsnog door niet-Joodsche grossiers bezet; er blijven dan ten slotte nog 10 Joodsche grossiers in pakhuis E gevestigd. Naar mijn meening zullen in de naaste toekomst wel enkele Joodsche fruitgrossiers door gebrek aan handelswaar (eenerzijds door vergroote export en anderzijds door belemmerde import zal de omzet van fruit op de Centrale Markt voorloopig klein blijven) van de markt verdwijnen, zoodat het binnen afzienbaren tijd mogelijk zal blijken alle Joodsche grossiers op pier B te concentreeren, eventueel door bij uitzondering samenhuur mogelijk te maken in verband met het verschil in huurprijs tusschen de pakhuizen B en E eenerzijds en B anderzijds. De mogelijkheid om de 7 niet-Joodsche grossiers van pier B dan naar andere pakhuizen over te plaatsen zal daarbij onder de oogen worden gezien. Er zijn namelijk nog in de hal en op de pieren A en C pakhuizen open.

De situatie, zooals deze uiteindelijk dan zou worden is aangegeven op bijgaande teekening, waarop de door Joodsche grossiers te bezetten pakhuizen resp. standplaatsen in rood zijn aangegeven.

ad B. De grossiers in aardappelen.
Uitgaande van bovengesteld principe, dat vooralsnog geen scheiding voor den Joodschen of niet-Joodschen kleinhandel behoeft te worden gemaakt, stel ik U voor ten aanzien van den aardappelhandel voorloopig geen maatregelen te treffen. Onder den aardappelhandel bevinden zich geen Joodsche firma's. Slechts één firma bestaat uit een Joodsche en een niet-Joodsche firmant. Zooals ik hierboven reeds uiteenzette, worden de aardappelen momenteel in distributie aan den kleinhandel verkocht door de plaatselijke afdeeling van de V.B.N.A. De verkoop geschiedt op bonnen vanuit een centraal punt (het bankgebouw) aan de kleinhandelaren, die lid moeten zijn van de Stichting "Centraal Belang". Den deelnemenden grossiers zijn "punten" toegekend; de hoeveelheid punten geeft aan, welk aandeel zij van de opbrengst der aardappelen krijgen toegewezen. De onderhavige regeling is getroffen door de Akkerbouwcentrale onder leiding van den Regeeringscommissaris voor de Voedselvoorziening.

ad C. De tuinders.
Onder de tuinders bevinden zich geen Joodsche elementen, zoodat ter zake vooralsnog geen maatregelen genomen behoeven te worden.

ad D. De Veiling.
Zoowel de groente- en fruitveiling als de bloemenveiling wordt door veel Joodsche kleinhandelaren bezocht; de fruitveiling des zomers door ± 80% der bezoekers; voor de bloemenveiling is dit niet precies te zeggen, daar het aantal bezoekers sterk wisselt, al naar gelang van den aanvoer; de bloemenveiling wordt namelijk dagelijks bezocht door een aantal bezoe- * Kern van het document: De tekst beschrijft een ambtelijk plan om Joodse groothandelaren (grossiers) op de Centrale Markt fysiek te isoleren en te concentreren in specifieke pakhuizen (Pier B en Pakhuis E).
* Logistiek van uitsluiting: Het plan is minutieus en bureaucratisch van aard. De Directeur van het Marktwezen stelt voor om contracten af te wachten of "ruilingen" toe te passen om Joodse ondernemers weg te halen bij niet-Joodse collega's. Er is sprake van een bijbehorende kaart waarop Joodse locaties in rood zijn gemarkeerd.
* Economische verstikking: De auteur merkt nuchter op dat Joodse fruitgrossiers waarschijnlijk vanzelf zullen verdwijnen door een gebrek aan handelswaar (beperkte import/export), wat de "concentratie" op Pier B zal vergemakkelijken. Dit getuigt van het meebewegen van het lokale bestuur met de economische uitsluiting van Joden.
* Uitzonderingen en controles: In sectoren waar weinig of geen Joden werkzaam zijn (aardappelen, tuinders), acht men maatregelen "vooralsnog" niet nodig. De tekst geeft ook inzicht in de strak gereguleerde oorlogseconomie (distributie via bonnen, puntenstelsels, en de rol van de Akkerbouwcentrale). Dit document stamt uit april 1941, een cruciale fase in de Duitse bezetting van Nederland. Kort na de Februaristaking (februari 1941) voerde de bezetter de druk op de Nederlandse bureaucratie op om anti-Joodse maatregelen effectief uit te voeren.

Het document is een schrijnend voorbeeld van hoe de 'organische' uitsluiting en segregatie van de Joodse bevolking in de praktijk werd gebracht door de lokale overheid (in dit geval de gemeente Amsterdam en de directie van de Centrale Markthallen). Het toont aan dat de Jodenvervolging niet alleen bestond uit gewelddadige acties, maar ook uit een kille, administratieve herindeling van de publieke en economische ruimte, waarbij Joodse burgers stap voor stap hun bestaansrecht en hun plek in de samenleving verloren. De genoemde instanties zoals de V.B.N.A. en de Akkerbouwcentrale maken deel uit van de gelijkschakeling van de Nederlandse economie aan de Duitse behoeften en ideologie.

Samenvatting

  • Kern van het document: De tekst beschrijft een ambtelijk plan om Joodse groothandelaren (grossiers) op de Centrale Markt fysiek te isoleren en te concentreren in specifieke pakhuizen (Pier B en Pakhuis E).
  • Logistiek van uitsluiting: Het plan is minutieus en bureaucratisch van aard. De Directeur van het Marktwezen stelt voor om contracten af te wachten of "ruilingen" toe te passen om Joodse ondernemers weg te halen bij niet-Joodse collega's. Er is sprake van een bijbehorende kaart waarop Joodse locaties in rood zijn gemarkeerd.
  • Economische verstikking: De auteur merkt nuchter op dat Joodse fruitgrossiers waarschijnlijk vanzelf zullen verdwijnen door een gebrek aan handelswaar (beperkte import/export), wat de "concentratie" op Pier B zal vergemakkelijken. Dit getuigt van het meebewegen van het lokale bestuur met de economische uitsluiting van Joden.
  • Uitzonderingen en controles: In sectoren waar weinig of geen Joden werkzaam zijn (aardappelen, tuinders), acht men maatregelen "vooralsnog" niet nodig. De tekst geeft ook inzicht in de strak gereguleerde oorlogseconomie (distributie via bonnen, puntenstelsels, en de rol van de Akkerbouwcentrale).

Historische Context

Dit document stamt uit april 1941, een cruciale fase in de Duitse bezetting van Nederland. Kort na de Februaristaking (februari 1941) voerde de bezetter de druk op de Nederlandse bureaucratie op om anti-Joodse maatregelen effectief uit te voeren.

Het document is een schrijnend voorbeeld van hoe de 'organische' uitsluiting en segregatie van de Joodse bevolking in de praktijk werd gebracht door de lokale overheid (in dit geval de gemeente Amsterdam en de directie van de Centrale Markthallen). Het toont aan dat de Jodenvervolging niet alleen bestond uit gewelddadige acties, maar ook uit een kille, administratieve herindeling van de publieke en economische ruimte, waarbij Joodse burgers stap voor stap hun bestaansrecht en hun plek in de samenleving verloren. De genoemde instanties zoals de V.B.N.A. en de Akkerbouwcentrale maken deel uit van de gelijkschakeling van de Nederlandse economie aan de Duitse behoeften en ideologie.

Kooplieden in dit dossier 78

Abraham Cosman plaatsgeld Mei.
A. van Velzen F.J. Beugel & Zn.
A. van Velzen Uilenburg N.Uilenburgerstr.
A. van Velzen huur Mei.
A. Wijnschenk Waterlooplein
B. Moffie 7 md = 583.33 —
B. Moffie J.H. ter Punt
B. Moffie Waterlooplein
B. Polak. Uilenburg Diezestr.10 / Tilanusstr.78
B. Thijn Uilenburg Wielingenstr.18 / Cillierstr.6
D. Appelboom huur Mei.
D. Appelboom Rapenburgerstr.185
E. Brasem Waterlooplein Waterlooplein 25 / Waterlooplein 25
E. Pach-Schellevis Uilenburg
Expediteurs(waaronder begrepen de overkruiers)
Gebr.Cosman Waterlooplein
G. Hagenaar Waterlooplein Vrolikstraat 56 / Retiefstraat 21
Gebr.Meents Uilenburg Amstellaan 57
C. Meentz 7 md 291.66 -
C. Meentz J.J. Griffioen
Gebr.Rodenburg Waterlooplein
H. Krant Waterlooplein Eemstr.60 / Eemstraat 9
H. Krant id.
H. Meents Waterlooplein Retiefstr.12 / Retiefstr.12
H. Meentz id.
H. Meentz 7 md 291.66
H. Meentz plaatsgeld:
H. de Rooy 7 md = 437.50 —
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6