Afschrift van een officiële aanschrijving.
Origineel
Afschrift van een officiële aanschrijving. 22 juni 1942 (met latere aantekeningen tot 30 juni 1942). A f s c h r i f t .
P A R K E T
VAN DEN
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ HET GERECHTSHOF
--
No.P.86-'41.
No.822 L.M. 1942 29/6.
=====================
No.37/43/2 M. 1942 3/7.
AMSTERDAM, 22 Juni 1942.
Betr. : Bewaring inbeslaggenomen
goederen.
Ten vervolge op mijn aanschrijving d.d. 6 Mei 1942 No.P.68-'41 heb ik de eer U.E.A./ U.E.G. te berichten, dat alle in bovenvermelde aanschrijving bedoelde goederen, welke nog op de politiebureaux bewaard worden, moeten worden overgeboekt naar de daarvoor aangewezen opslagplaatsen.
DE PROCUREUR-GENERAAL
FD. GEW. DIRECTEUR VAN POLITIE
w.g. J. Feitsma.
Aan de Heeren Burgemeesters, Hoofdcommissarissen en Commissarissen van Politie in de provincie Noord-Holland.
Aan de Heeren Officieren van Justitie te Amsterdam, Haarlem en Alkmaar.
Aan den Heer Directeur der Centrale Crissis Contrôle Dienst te 's-Gravenhage.
(Ter kennisneming aan den Heer Secretaris-Generaal van het Departement van Justitie, de Heeren Commissarissen der provincien Noord-Holland en Utrecht en de Heeren Ambtegenooten).
Kennisgenomen :
De Directeur van het
Marktwezen,
w.g. C.F. Sixma.
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch-en Schoonmaak, Bad-en Zweminrichtingen stelt deze in handen van den Heer Directeur van het Marktwezen ter kennisneming en terugzending.
A'dam, 30 Juni 1942. Dit document is een ambtelijke instructie van de Procureur-Generaal van Amsterdam, Jan Feitsma. De kern van de boodschap is een bevel om alle goederen die door de politie in beslag zijn genomen, te verplaatsen van de lokale politiebureaus naar centrale, daarvoor aangewezen opslaglocaties.
De brief is gericht aan een breed scala aan autoriteiten in Noord-Holland, waaronder burgemeesters, politiecommissarissen en de Crisis Contrôle Dienst (CCD). Onderaan het document is een administratief spoor zichtbaar: de Amsterdamse wethouder belast met levensmiddelen stuurt het document op 30 juni door naar de Directeur van het Marktwezen (C.F. Sixma), die het voor kennisgeving aanneemt. Het document dateert uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De ondertekenaar, Jan Feitsma, was een collaborateur en lid van de NSB, die door de bezetter was aangesteld als Procureur-Generaal. Hij stond bekend om zijn strikte handhaving van de verordeningen van de bezetter.
De "inbeslaggenomen goederen" waarover gesproken wordt, moeten in dit historische licht worden bezien. In 1942 was de grootschalige onteigening van Joods bezit in volle gang. Daarnaast werd er veelvuldig beslag gelegd op goederen uit de zwarte handel (gecontroleerd door de genoemde Crisis Contrôle Dienst). De instructie om deze goederen te centraliseren wijst op een poging van het bezettingsbestuur en de collaborerende autoriteiten om de logistieke controle over de buitgemaakte goederen te stroomlijnen, weg van de versnipperde politiebureaus naar centrale opslagpunten (zoals de beruchte Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg of lokale distributiepunten). De betrokkenheid van het "Marktwezen" in Amsterdam suggereert dat een aanzienlijk deel van deze goederen bestond uit handelswaren of levensmiddelen.