Zakelijke brief.
Origineel
Zakelijke brief. 1 juli 1942. Directie van het Marktwezen, Amsterdam (Jan van Galenstraat 14). N.V. Keizer's Fruithandel, Centrale Markt No. H.26, Amsterdam-West. DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
Amsterdam, 1 Juli 1942.
Jan van Galenstraat 14.
No. 37/45/10 M.
bijlage: 1.
Aan N.V. Keizer's Fruithandel
Centrale Markt No. H.26
Amsterdam-West.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz. voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, De brief is een formele kennisgeving van de Directie van het Marktwezen aan een commerciële huurder (een fruithandel) op het terrein van de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de brief is de toezending van een huurcontract, waarbij de directeur expliciet wijst op twee specifieke bepalingen:
1. Onderhoudsplicht: Op basis van het Burgerlijk Wetboek (toenmalig art. 1619) wordt de huurder herinnerd aan de verantwoordelijkheid voor kleine reparaties (rolluiken, ruiten, sloten).
2. Beperking op reclame: Er wordt strikt gewezen op artikel 8 van het contract, dat het aanbrengen van reclame-uitingen zonder schriftelijke toestemming verbiedt.
De toon is uiterst formeel en juridisch correct, typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. Het document is gedateerd op 1 juli 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was in deze periode het hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Hoewel de brief een standaard zakelijk karakter lijkt te hebben, is de datum cruciaal: in 1942 werden veel Joodse ondernemingen onder dwang "geariseerd" of geliquideerd. In archiefonderzoek naar dergelijke bedrijven is correspondentie met de Directie van het Marktwezen vaak een bron om te verifiëren wie op welk moment de feitelijke controle over de gehuurde ruimtes had. De verwijzing naar het Burgerlijk Wetboek toont aan dat het civiele recht, ondanks de bezetting, in de reguliere bedrijfsvoering nog strikt werd gevolgd. N.V. Keizer Marktwezen
Samenvatting
De brief is een formele kennisgeving van de Directie van het Marktwezen aan een commerciële huurder (een fruithandel) op het terrein van de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de brief is de toezending van een huurcontract, waarbij de directeur expliciet wijst op twee specifieke bepalingen:
1. Onderhoudsplicht: Op basis van het Burgerlijk Wetboek (toenmalig art. 1619) wordt de huurder herinnerd aan de verantwoordelijkheid voor kleine reparaties (rolluiken, ruiten, sloten).
2. Beperking op reclame: Er wordt strikt gewezen op artikel 8 van het contract, dat het aanbrengen van reclame-uitingen zonder schriftelijke toestemming verbiedt.
De toon is uiterst formeel en juridisch correct, typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd.
Historische Context
Het document is gedateerd op 1 juli 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was in deze periode het hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Hoewel de brief een standaard zakelijk karakter lijkt te hebben, is de datum cruciaal: in 1942 werden veel Joodse ondernemingen onder dwang "geariseerd" of geliquideerd. In archiefonderzoek naar dergelijke bedrijven is correspondentie met de Directie van het Marktwezen vaak een bron om te verifiëren wie op welk moment de feitelijke controle over de gehuurde ruimtes had. De verwijzing naar het Burgerlijk Wetboek toont aan dat het civiele recht, ondanks de bezetting, in de reguliere bedrijfsvoering nog strikt werd gevolgd.