Handgeschreven conceptbrief of ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of ambtelijke notitie. 19 mei 1942. ( Berg d 19 mei [37/48/2
( Ter Paul 15 mei [37/36/3
( Sulton 19 mei [37/47/2
In antwoord op Uw schrijven dd 19 mei 1942
deele wij U mede dat bij Besluit van den
Burgemeester de gesloten huurovereenkomsten
met de ~~Marktkramers~~ houders Grassoors, gerekend
te zijn ingegaan 1 juni 1942 als ontbonden vrij van
beschouwen. U achtte deze namen vermelde
bedragen betreffende de achterstallige huur ~~de~~ tot 1 juni 1942
en wij verzoeken U ~~mij schriftlijk~~ te willen mededeelen
of U als Treuhänder nog gelden onder U hebt
~~waarmede~~ waaruit deze bedragen kunnen worden
betaald.
Wachten op de Muller in verband met
vraag / Raad en resolutie van
o.a entreegelden of vooruitbetaalde huur van
standplaatsen. Het document is een concept voor een officiële brief, geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De auteur (vermoedelijk werkzaam bij een gemeentesecretarie) reageert op een brief van 19 mei 1942.
De kern van de brief is dat de burgemeester heeft besloten om huurovereenkomsten met bepaalde "houders" (oorspronkelijk stond er 'marktkramers', wat wijst op marktgelden of standplaatsen) per 1 juni 1942 als ontbonden te beschouwen. Er is sprake van achterstallige huur. De meest significante passage is de vraag aan de geadresseerde of hij in zijn hoedanigheid als Treuhänder nog over liquide middelen beschikt om deze openstaande schulden te voldoen.
Onderaan staan losse notities over nog af te wachten informatie (van een zekere Muller) betreffende andere financiële posten zoals entreegelden en vooruitbetaalde huur voor standplaatsen. Dit document is een direct product van de bureaucratie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term Treuhänder (beheerder of bewindvoerder) is hier cruciaal. Tijdens de bezetting stelden de nazi's Treuhänders aan om het beheer over te nemen van bedrijven en eigendommen die in beslag waren genomen, veelal van Joodse eigenaren of van organisaties die door de bezetter waren verboden.
De brief illustreert hoe lokale overheden moesten communiceren met deze door de bezetter aangestelde beheerders om achterstallige gemeentelijke belastingen of huren (zoals voor marktplaatsen) te innen. Het feit dat contracten "ontbonden" worden, kan wijzen op de liquidatie van de betreffende ondernemingen door de Treuhänder. De datum, mei 1942, valt samen met de periode waarin de onteigening en uitsluiting van Joodse ondernemers uit het openbare leven in Nederland in een stroomversnelling zat.
Samenvatting
Het document is een concept voor een officiële brief, geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De auteur (vermoedelijk werkzaam bij een gemeentesecretarie) reageert op een brief van 19 mei 1942.
De kern van de brief is dat de burgemeester heeft besloten om huurovereenkomsten met bepaalde "houders" (oorspronkelijk stond er 'marktkramers', wat wijst op marktgelden of standplaatsen) per 1 juni 1942 als ontbonden te beschouwen. Er is sprake van achterstallige huur. De meest significante passage is de vraag aan de geadresseerde of hij in zijn hoedanigheid als Treuhänder nog over liquide middelen beschikt om deze openstaande schulden te voldoen.
Onderaan staan losse notities over nog af te wachten informatie (van een zekere Muller) betreffende andere financiële posten zoals entreegelden en vooruitbetaalde huur voor standplaatsen.
Historische Context
Dit document is een direct product van de bureaucratie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term Treuhänder (beheerder of bewindvoerder) is hier cruciaal. Tijdens de bezetting stelden de nazi's Treuhänders aan om het beheer over te nemen van bedrijven en eigendommen die in beslag waren genomen, veelal van Joodse eigenaren of van organisaties die door de bezetter waren verboden.
De brief illustreert hoe lokale overheden moesten communiceren met deze door de bezetter aangestelde beheerders om achterstallige gemeentelijke belastingen of huren (zoals voor marktplaatsen) te innen. Het feit dat contracten "ontbonden" worden, kan wijzen op de liquidatie van de betreffende ondernemingen door de Treuhänder. De datum, mei 1942, valt samen met de periode waarin de onteigening en uitsluiting van Joodse ondernemers uit het openbare leven in Nederland in een stroomversnelling zat.