Handgeschreven brief (slotpagina).
Origineel
Handgeschreven brief (slotpagina). Mej. Melchers en andere vrouwen. waren jullie er niet. Ik zei
laten we er dan niet naar
toe gaan, waar op hij zei
dat, dat nu niet meer ging.
Indien dit alles een groffen
leugen van hem is, wilt
U dan zoo goed zijn om
mijn dit dan meden te delen
daar ik dan weet waar of
wij aan toe zijn, dan be-
hoeven wij niet meer in
de rij te staan voor niets,
en zullen maar rekenen
dat er voor ons geen groenten
meer is, daar wij van anderen
niets krijgen, omdat we klanten
van Wouters zijn.
Hopende dat U me daar
op antwoorden wil zoo zeggen
wij bijvoorbaat onze dank.
Uw Hoog Achtend
Mej Melchers en
anderen vrouwen adres
Laurierstraat 212
(C.) * Inhoud: De brief is een dringend verzoek om opheldering. De schrijfster, Mej. Melchers, spreekt namens een groep vrouwen. Ze voelen zich mogelijk misleid door een niet nader genoemde man ("hij") over de beschikbaarheid van goederen.
* Kernproblematiek: De vrouwen staan in de rij voor groenten maar vrezen dat dit "voor niets" is. Er is sprake van een conflict of uitsluiting: omdat zij vaste klanten zijn van een zekere "Wouters", krijgen zij van andere handelaren niets. Ze willen weten of het verhaal dat ze kregen een "groffen leugen" is, zodat ze niet langer onnodig in de rij hoeven te wachten.
* Stijl en toon: De toon is formeel ("Uw Hoog Achtend"), maar de frustratie over de dagelijkse overleving en de bureaucreatie of onwil van handelaren is duidelijk merkbaar. Het gebruik van "meden te delen" (i.p.v. mede te delen) en "bijvoorbaat" is kenmerkend voor de taal van die tijd. * Historische situering: De tekst wijst sterk op een periode van schaarste en rantsoenering in Nederland. De Laurierstraat ligt in de Amsterdamse Jordaan, een volksbuurt die tijdens de crisisjaren en de beide Wereldoorlogen zwaar getroffen werd door voedseltekorten.
* Sociaal-economisch: Het "in de rij staan voor groenten" was een dagelijkse realiteit tijdens de oorlogsjaren (bijv. de Eerste Wereldoorlog rond 1917, het jaar van het Aardappeloproer, of de Tweede Wereldoorlog). Het fragment illustreert de sociale spanningen tussen klanten van verschillende winkeliers en de afhankelijkheid van correcte informatie van officiële instanties of leveranciers.
* Locatie: De toevoeging "(C.)" bij het adres duidt op Amsterdam-Centrum, een aanduiding die in de eerste helft van de 20e eeuw gebruikelijk werd.
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een dringend verzoek om opheldering. De schrijfster, Mej. Melchers, spreekt namens een groep vrouwen. Ze voelen zich mogelijk misleid door een niet nader genoemde man ("hij") over de beschikbaarheid van goederen.
- Kernproblematiek: De vrouwen staan in de rij voor groenten maar vrezen dat dit "voor niets" is. Er is sprake van een conflict of uitsluiting: omdat zij vaste klanten zijn van een zekere "Wouters", krijgen zij van andere handelaren niets. Ze willen weten of het verhaal dat ze kregen een "groffen leugen" is, zodat ze niet langer onnodig in de rij hoeven te wachten.
- Stijl en toon: De toon is formeel ("Uw Hoog Achtend"), maar de frustratie over de dagelijkse overleving en de bureaucreatie of onwil van handelaren is duidelijk merkbaar. Het gebruik van "meden te delen" (i.p.v. mede te delen) en "bijvoorbaat" is kenmerkend voor de taal van die tijd.
Historische Context
- Historische situering: De tekst wijst sterk op een periode van schaarste en rantsoenering in Nederland. De Laurierstraat ligt in de Amsterdamse Jordaan, een volksbuurt die tijdens de crisisjaren en de beide Wereldoorlogen zwaar getroffen werd door voedseltekorten.
- Sociaal-economisch: Het "in de rij staan voor groenten" was een dagelijkse realiteit tijdens de oorlogsjaren (bijv. de Eerste Wereldoorlog rond 1917, het jaar van het Aardappeloproer, of de Tweede Wereldoorlog). Het fragment illustreert de sociale spanningen tussen klanten van verschillende winkeliers en de afhankelijkheid van correcte informatie van officiële instanties of leveranciers.
- Locatie: De toevoeging "(C.)" bij het adres duidt op Amsterdam-Centrum, een aanduiding die in de eerste helft van de 20e eeuw gebruikelijk werd.