Archiefdocument
Origineel
22 juni 1916 Onbekend (mogelijk een inspecteur of ambtenaar verbonden aan de markt) Directeur van de N.U.C. (Nederlandsche Uitvoer-Contrôle), ’s-Gravenhage [In de linkermarge:]
1 ex briefje
1 ex uittreksel (afschr)
+ 2 doorsl.
[Hoofdtekst:]
A’dam, 22/6 1916
Dir: N.U.C. – ’s gravenhage
(Een afschrift voor het Centraal Bureau voor de Veilingen)
Hiermede vraag ik voor het volgende Uw aandacht.
De grossiers der Centrale Markt L. van Suwendijk en P. Kars hebben zich (nadat zij zich terzake reeds tot de betr. instanties hadden gewend, zonder resultaat evenwel) tot mij gewend met een ernstige klacht over de wijze, waarop de groenten op de Noordwijksche groenteveiling te Noordwijk (directeur de heer Severpelt) aan de handelaren wordt toegewezen. Genoemde grossiers deelden mij mede, dat zij punten hebben op deze veiling: v. Suwendijk 4 punten en Kars 2 punten (op naam van Hr. de Graaf, die door de Prijsbeheersching is uitgesloten). Genoemde veilingdirecteur zou echter nimmer aan de hand van de officiële lijst van punten verdeelen, doch zou de verdeeling [doorhaling: met het hoofd van deze plaats-] zou maar op eenige willekeurige wijze plaatsvinden. Het gevolg hiervan zou zijn, dat bepaalde handelaren veel te veel krijgen toegewezen, terwijl anderen, waaronder Suwendijk en Kars, te weinig krijgen. Als voorbeeld noemde men, dat in de week van 8-13 Juni j.l. Kars (met 2 punten) in totaal heeft toegewezen gekregen voor een bedrag van f 1167,79, v. Suwendijk (met 4 punten) voor f 1996,76, terwijl Biesheuvel, eveneens een grossier der C.M., die ook 4 punten op deze veiling zou hebben, in dezelfde week voor een totaalbedrag van f 3625,20 zou hebben gekregen. Het document betreft een formeel verslag van een klacht over corruptie of onbehoorlijk bestuur bij de groenteveiling in Noordwijk. De klagers zijn Amsterdamse grossiers (groothandelaren) die zich benadeeld voelen bij de verdeling van schaarse goederen.
De kern van de zaak is de werking van het toenmalige puntensysteem. Handelaren kregen punten toegewezen die bepaalden hoeveel voorraad zij mochten inkopen. De klacht luidt dat de directeur van de veiling, de heer Severpelt, dit officiële systeem negeerde ten gunste van een willekeurige verdeling.
De schrijver onderbouwt de klacht met harde cijfers uit juni 1916:
* Kars (2 punten): f 1167,79 aan goederen.
* Suwendijk (4 punten): f 1996,76 aan goederen.
* Biesheuvel (4 punten): f 3625,20 aan goederen.
De ongelijkheid tussen Suwendijk en Biesheuvel is opvallend; hoewel zij hetzelfde aantal punten hebben, kreeg Biesheuvel bijna het dubbele aan handelswaar toegewezen. Dit duidt op een ernstige verstoring van de eerlijke marktwerking. Dit document is geschreven tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Hoewel Nederland neutraal was, heerste er door de Britse blokkade en de Duitse duikbootoorlog grote schaarste aan voedsel en brandstof. Om hongersnood en woekerprijzen te voorkomen, stelde de Nederlandse overheid een systeem van "Prijsbeheersching" en distributie in.
De Nederlandsche Uitvoer-Contrôle (N.U.C.), de beoogde ontvanger van deze brief, was een overheidsinstelling die toezicht hield op de handel om te voorkomen dat essentiële goederen het land uit werden gesmokkeld en om de binnenlandse verdeling te reguleren.
Dergelijke klachten over "willekeur" waren in deze periode schering en inslag. Het toont de machtspositie van veilingdirecteuren in een tijd waarin de vrije markt was vervangen door een strak gereguleerde distributie-economie. Voor grossiers was de toewijzing van punten en goederen een kwestie van zakelijk overleven.