Archief 745
Inventaris 745-378
Pagina 307
Dossier 68
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN

No. 37/66/7 M
Amsterdam
Jan van Galenstraat 14.

Aan J.P. Kuil.
Centrale Markt No. D 14.
Amsterdam-West.

In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcon-
tract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale
Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, in-
gevolg het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek repara-
tiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz. voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat arti-
kel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen
te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te
brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle ge-
vallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding
wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.

De Directeur,
(Handtekening) Dit document is een formele kennisgeving van de Directie van het Marktwezen in Amsterdam aan een huurder op de Centrale Markt. De kern van de brief is de officiële overdracht van het huurcontract, maar de nadruk ligt op de plichten van de huurder:

  1. Onderhoud: De huurder wordt gewezen op artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek (oud). Dit artikel stelde dat kleine herstellingen en dagelijks onderhoud (zoals het repareren van ruiten of sloten) voor rekening van de huurder komen, tenzij anders overeengekomen.
  2. Beheer van de gevel: Artikel 8 van het specifieke contract beperkt de vrijheid van de huurder om reclame te maken. Dit was bedoeld om de visuele eenheid en orde op het marktterrein te waarborgen. Er is expliciete toestemming nodig voor elk bord of aanduiding.

De schrijfstijl is uiterst hoffelijk maar dwingend ("heb ik de eer", "verzoek U beleefd"), wat kenmerkend is voor de vooroorlogse en vroege naoorlogse ambtelijke correspondentie in Nederland. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam werden in 1934 geopend. Het was een modern complex bedoeld om de handel in levensmiddelen te stroomlijnen. De "Directie van het Marktwezen" was de gemeentelijke tak die dit enorme terrein beheerde.

De geadresseerde, J.P. Kuil, was een van de vele handelaren die een pakhuisruimte huurden om goederen op te slaan en te verhandelen. De strenge regels in de brief weerspiegelen het strakke beheer van de gemeente over de openbare marktruimte. Gezien de spelling (zoals "afdeeling" en "reparatiën") en de verhuizing van het Marktwezen naar de Jan van Galenstraat, dateert dit document zeer waarschijnlijk uit de periode tussen 1934 en 1947 (toen de spelling-Marchant officieel werd ingevoerd, al bleven ambtelijke diensten vaak langer de oude spelling gebruiken).

Samenvatting

Dit document is een formele kennisgeving van de Directie van het Marktwezen in Amsterdam aan een huurder op de Centrale Markt. De kern van de brief is de officiële overdracht van het huurcontract, maar de nadruk ligt op de plichten van de huurder:

  1. Onderhoud: De huurder wordt gewezen op artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek (oud). Dit artikel stelde dat kleine herstellingen en dagelijks onderhoud (zoals het repareren van ruiten of sloten) voor rekening van de huurder komen, tenzij anders overeengekomen.
  2. Beheer van de gevel: Artikel 8 van het specifieke contract beperkt de vrijheid van de huurder om reclame te maken. Dit was bedoeld om de visuele eenheid en orde op het marktterrein te waarborgen. Er is expliciete toestemming nodig voor elk bord of aanduiding.

De schrijfstijl is uiterst hoffelijk maar dwingend ("heb ik de eer", "verzoek U beleefd"), wat kenmerkend is voor de vooroorlogse en vroege naoorlogse ambtelijke correspondentie in Nederland.

Historische Context

De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam werden in 1934 geopend. Het was een modern complex bedoeld om de handel in levensmiddelen te stroomlijnen. De "Directie van het Marktwezen" was de gemeentelijke tak die dit enorme terrein beheerde.

De geadresseerde, J.P. Kuil, was een van de vele handelaren die een pakhuisruimte huurden om goederen op te slaan en te verhandelen. De strenge regels in de brief weerspiegelen het strakke beheer van de gemeente over de openbare marktruimte. Gezien de spelling (zoals "afdeeling" en "reparatiën") en de verhuizing van het Marktwezen naar de Jan van Galenstraat, dateert dit document zeer waarschijnlijk uit de periode tussen 1934 en 1947 (toen de spelling-Marchant officieel werd ingevoerd, al bleven ambtelijke diensten vaak langer de oude spelling gebruiken).

Kooplieden in dit dossier 78

Abraham Cosman plaatsgeld Mei.
A. van Velzen F.J. Beugel & Zn.
A. van Velzen Uilenburg N.Uilenburgerstr.
A. van Velzen huur Mei.
A. Wijnschenk Waterlooplein
B. Moffie 7 md = 583.33 —
B. Moffie J.H. ter Punt
B. Moffie Waterlooplein
B. Polak. Uilenburg Diezestr.10 / Tilanusstr.78
B. Thijn Uilenburg Wielingenstr.18 / Cillierstr.6
D. Appelboom huur Mei.
D. Appelboom Rapenburgerstr.185
E. Brasem Waterlooplein Waterlooplein 25 / Waterlooplein 25
E. Pach-Schellevis Uilenburg
Expediteurs(waaronder begrepen de overkruiers)
Gebr.Cosman Waterlooplein
G. Hagenaar Waterlooplein Vrolikstraat 56 / Retiefstraat 21
Gebr.Meents Uilenburg Amstellaan 57
C. Meentz 7 md 291.66 -
C. Meentz J.J. Griffioen
Gebr.Rodenburg Waterlooplein
H. Krant Waterlooplein Eemstr.60 / Eemstraat 9
H. Krant id.
H. Meents Waterlooplein Retiefstr.12 / Retiefstr.12
H. Meentz id.
H. Meentz 7 md 291.66
H. Meentz plaatsgeld:
H. de Rooy 7 md = 437.50 —
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6