Dossierfragment/notitieblad met ambtelijke aantekeningen.
Origineel
Dossierfragment/notitieblad met ambtelijke aantekeningen. Februari 1942 (specifieke data: 19, 24, 26 en 27 februari 1942). [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 39/23/1+2, 1942
DOORGEZONDEN: 24/2 - '42.
[Handgeschreven tekst rechtsboven/midden]
m.i. Th Muller
Dir. M.i. is restitutie
niet noodig, wanneer
aan deze Joodsche
stplaatshouwers een
andere plaats in
het „Joodsche kwartier”
(vide brief Bm.
aan H.C. v. Pol.
dd 19 dezer No 223
L.M.) wordt ver-
leend!
[Aantekeningen linksmidden]
Groen ½ jaar bet.
Rienerink ½ jaar bet.
Rest
[Aantekeningen rechtsonder]
H 26/2 '42
[geparafeerd]
aldus
afgewerkt
juist
27/2 '42
[Drukwerk linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een ambtelijke correspondentie of interne notitie van de gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de Dienst der Markten, aangeduid met 'M') uit februari 1942. De kern van de tekst betreft een besluit over restitutie (teruggave van betaald staangeld) aan Joodse marktkooplieden.
De schrijver stelt dat restitutie niet nodig is, mits deze "Joodsche stplaatshouwers" een nieuwe plek krijgen toegewezen in het zogenaamde "Joodsche kwartier". Dit duidt op de gedwongen verplaatsing van Joodse ondernemers van de reguliere markten naar een gesegregeerd gebied.
De namen "Groen" en "Rienerink" aan de linkerzijde verwijzen vermoedelijk naar specifieke marktkooplieden die hun staangeld voor een half jaar vooruit hadden betaald. De ambtelijke afhandeling ("aldus afgewerkt") op 27 februari 1942 bevestigt dat het beleid om geen geld terug te geven, maar een (ongewenste) alternatieve plek aan te bieden, werd uitgevoerd. Het document dateert uit een kritieke fase van de Duitse bezetting van Nederland. In februari 1942 was de uitsluiting van Joden uit het openbare leven en de economie in volle gang. Na de eerste razzia's in 1941 werd de segregatie in Amsterdam steeds formeler.
Joodse marktkooplieden mochten niet langer op hun vertrouwde plekken staan en werden verbannen naar markten binnen het "Joodsche kwartier" (de omgeving van het Waterlooplein en de Nieuwmarkt). H.C. van Pol, die in de tekst genoemd wordt, was een hoge ambtenaar bij het Amsterdamse Marktwezen die nauw betrokken was bij de uitvoering van deze discriminerende maatregelen. De notitie laat de kille, bureaucratische efficiëntie zien waarmee de rechten van Joodse burgers werden ingeperkt: zelfs over de restitutie van reeds betaalde kleine bedragen aan staangeld werd op hoog ambtelijk niveau beslist in het nadeel van de gedupeerden. H.C. van Pol M. No Gemeente Amsterdam Marktwezen