Getypte brief (afschrift)
Origineel
Getypte brief (afschrift) 27 januari 1942 Rimini, Lijnbaansgracht 391 hs., Amsterdam De Burgemeester van de Gemeente Amsterdam No.39/23/2 M.1942 24/2 AFSCHRIFT.
No.5/36 L.M.1942 30/1
Aan den Weled.Achtb.Heer
Burgemeester der
Gemeente Amsterdam.
Adressant geeft met verschuldigden eerbied te kennen, dat van
hem is ingetrokken een vergunning tot het innemen van een
standplaats voor haring en zuurwaren aan de Stadhouderskade,
bij Ferd.Bolstraat.
verder dat adressant tot UEd.Achtbare wend dat deze vergunning
wasr 6 maanden is betaald nu hij geen gebruik er van mag maken
zou hij dan dat teveel betaalde geld terug kunnen krijgen dus
van 1 Januari 1942 tot 1 Juli 1942. Hij heeft er van 1 Januari
tot 16 Januari gebruik van gemaakt.
Standplaatsvergunning No.5/1071/35 No.39/477/6 '35.
w.g. ~~onleesbaar~~
" ~~onleesbaar~~
" Rimini
Lijnbaansgracht 391 hs.
Amsterdam, 27 Januari 1942.
--- In dit document verzoekt de heer Rimini om een gedeeltelijke terugbetaling van reeds betaalde vergunningsleges. Hij had een vergunning voor een haring- en zuurwarenkraam op de hoek van de Stadhouderskade en de Ferdinand Bolstraat in Amsterdam.
De kernpunten zijn:
* De vergunning is per direct ingetrokken.
* De afzender heeft voor een half jaar vooruit betaald (tot juli 1942).
* Hij heeft de standplaats in 1942 slechts 16 dagen kunnen benutten (tot 16 januari).
* Hij vraagt om restitutie van het vooruitbetaalde bedrag voor de periode dat hij geen gebruik meer mocht maken van de standplaats.
--- De datum van de brief, 27 januari 1942, is cruciaal voor het begrijpen van de achtergrond. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De intrekking van de vergunning van de heer Rimini (een naam die in deze periode vaak voorkomt in de administratie van de Joodse gemeenschap in Amsterdam, specifiek Nathan Rimini) moet worden gezien in het licht van de anti-Joodse maatregelen.
Vanaf begin 1942 werden Joodse ondernemers en marktkooplieden systematisch uit het economische leven geweerd. Een specifieke verordening verbood Joden om op openbare markten te staan of straathandel te drijven. Het feit dat zijn vergunning op 16 januari 1942 feitelijk onbruikbaar werd, sluit naadloos aan bij de intensivering van deze uitsluitingsmaatregelen vlak voordat de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam begonnen. De droge, ambtelijke toon van de brief contrasteert scherp met de tragische realiteit van de beroving van iemands bestaansmiddelen door de bezetter. Gemeente Amsterdam