Officieel afschrift van een gemeentebesluit (Amsterdam).
Origineel
Officieel afschrift van een gemeentebesluit (Amsterdam). 3 april 1942. [Linksboven, handgeschreven/stempel:] $N^{\underline{o}} 39/27/2 \text{ M. } 1942 \frac{15}{4}$
[Rechtsboven, handgeschreven in blauwe inkt:] Mw / Fr. Müller.
[Getypt:] Afschrift
No. 5/95 L. M. 193[handgeschreven: 2]
[Afbeelding: Wapen van Amsterdam]
[Getypt met doorhalingen:] ~~De~~ BURGEMEESTER ~~EN WETHOUDERS~~ VAN AMSTERDAM,
[Toelichting: onder "BURGEMEESTER EN WETHOUDERS" staat een rij X-en als doorhaling]
Overwegende dat, G.F. [onderstreept: Nadort], geboren 20 Juli 1896, wonende
Groote Wittenburgerstraat 156 III, nalatig is het standplaatsgeld door
hem verschuldigd krachtens beschikking dd. 22 Februari 1940, no. 764
L.M. 1939 te voldoen
Heeft goedgevonden de vergunning tot het innemen van een vaste
standplaats ten verkoop van gekookte harten en levers, op den openbaren
weg, het verhoogde middengedeelte van de Nieuwmarkt op 14 m. afstand
van de noordelijke zijde van het Waaggebouw, bij die beschikking ver-
leend, bij deze in te trekken.
GM
Amsterdam, [handgeschreven: 3] april 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voute [paars stempel]
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [paars stempel] Dit document betreft de intrekking van een marktvergunning door het Amsterdamse gemeentebestuur in april 1942. De reden voor de intrekking is betalingsachterstand ("nalatig is het standplaatsgeld... te voldoen"). De betrokkene, G.F. Nadort, had sinds februari 1940 een vergunning voor de verkoop van "gekookte harten en levers" op de Nieuwmarkt.
Opmerkelijk zijn de administratieve wijzigingen op het document. De woorden "EN WETHOUDERS" zijn doorgestreept. Dit is een direct gevolg van de Duitse bezetting; in 1941 werd het 'Leidersbeginsel' ingevoerd in Nederlandse gemeenten, waarbij de gemeenteraden en de colleges van B&W werden ontbonden. De burgemeester kreeg de volledige beslissingsbevoegdheid.
De exacte locatiebeschrijving ("het verhoogde middengedeelte van de Nieuwmarkt op 14 m. afstand van de noordelijke zijde van het Waaggebouw") geeft een gedetailleerd beeld van de toenmalige indeling van de markt. Het document dateert uit het midden van de Tweede Wereldoorlog. Edward Voûte, wiens naam als burgemeester op het document staat gestempeld, was een regeringsgetrouwe (pro-Duitse) burgemeester die in 1941 door de bezetter was aangesteld.
De handel in "gekookte harten en levers" (slachtafval) was een typische vorm van goedkoop volksvoedsel dat vaak op straat werd verkocht in buurten zoals de Nieuwmarkt en de aangrenzende Joodse buurt. In 1942 was de voedselschaarste in Amsterdam al aanzienlijk toegenomen. Dat een koopman zijn vergunning verloor wegens een betalingsachterstand wijst op de penibele economische situatie van kleine zelfstandigen in die periode.
De Nieuwmarkt zelf was in deze jaren een beladen plek, grenzend aan de Joodse wijk die door de bezetter steeds verder werd geïsoleerd. De namen bovenin (zoals "Fr. Müller") verwijzen waarschijnlijk naar de ambtenaren die belast waren met de verwerking of controle van dit specifieke dossier binnen de gemeentelijke bureaucratie. E.J. Vo G.F. Nadort J.F. Franken