Afschrift van een ambtelijk besluit (beschikking).
Origineel
Afschrift van een ambtelijk besluit (beschikking). [Linksboven gestempeld:] No. 39/65/105
[Midden boven handgeschreven:] 20/6
[Rechtsboven handgeschreven initialen/krabbel]
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2. [de 2 is handgeschreven over een typefout]
[Wapen van Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
[Rond rood stempel met een '2']
Heeft goedgevonden de aan
Jacob Nunes Vaz,
geboren 1 Januari 1879, wonende Utrechtschedwarsstraat 89 I,
bij beschikking d.d. 15 Januari 1940, No. 764 L.M.'39 verleende ver-
gunning tot het innemen van een vaste standplaats ten verkoop
van bloemen op den openbaren weg, den voetweg van het Frederiks-
plein, voor het Transformatorhuisje van de G.E.W. bij deze, gere-
kend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
VM
Amsterdam, 12 MEI 1942 [gestempeld] 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte [gestempeld]
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [gestempeld]
[Linksonder:] K 350 Dit document illustreert de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Jacob Nunes Vaz, een Joodse Amsterdammer, had sinds januari 1940 een legale vergunning om bloemen te verkopen op het Frederiksplein.
Opmerkelijk is dat het besluit is genomen op 12 mei 1942, maar met terugwerkende kracht ingaat op 13 januari 1942. Dit wijst op een systematische sanering van Joodse ondernemers uit het straatbeeld. De ondertekenaar, Edward Voûte, was een door de Duitsers benoemde regeringscommissaris (burgemeester) die meewerkte aan de anti-Joodse maatregelen. De zakelijke, droge toon van het document staat in schril contrast met de catastrofale gevolgen voor de betrokkene, die hiermee zijn bron van inkomsten verloor. In de loop van 1941 en 1942 vaardigde de bezetter steeds strengere verordeningen uit die Joden uitsloten van het economisch leven. In januari 1942 werd het Joden verboden om nog langer als straathandelaar of marktkoopman werkzaam te zijn. Dit document is de formele bevestiging van de uitvoering van dat verbod voor Jacob Nunes Vaz.
Uit archiefonderzoek (zoals het Joods Monument) blijkt dat Jacob Nunes Vaz inderdaad slachtoffer werd van de Holocaust. Hij werd in 1943 gedeporteerd en is op 23 juli 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Zijn woning aan de Utrechtschedwarsstraat 89 lag in de directe nabijheid van zijn standplaats op het Frederiksplein, wat aangeeft hoe diep deze maatregel ingreep in zijn dagelijks leven voordat hij uiteindelijk werd gedeporteerd.