Afschrift van een officieel besluit (beschikking) van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Afschrift van een officieel besluit (beschikking) van de Burgemeester van Amsterdam. 12 mei 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). 39/65/113 [handgeschreven] 20/5 [handgeschreven]
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2
[Wapen van Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Maurits Lopes Salzedo, geboren 1 April 1899, wonende Rijnstraat 88 II, bij beschikking dd. 22 Januari 1940, no. 5/853L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van bloemen, op den openbaren weg, den voetweg van de Rijnstraat vóór perceel 88, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 12 MEI 1942 [datumstempel "12 MEI 1942"]
De Burgemeester voornoemd,
(get.) VOÛTE [stempel]
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [stempel]
K 350 Dit document is een formeel besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de Duitse bezetting. Het betreft de intrekking van een marktvergunning van een specifieke burger, Maurits Lopes Salzedo. De vergunning, die oorspronkelijk in januari 1940 was verleend, gaf hem het recht om bloemen te verkopen op de stoep voor Rijnstraat 88.
Opvallend is de terugwerkende kracht van de intrekking (ingegaan op 13 januari 1942), terwijl het besluit zelf pas in mei 1942 werd geformaliseerd. Het document is ondertekend (per stempel) door Edward Voûte, de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris/burgemeester, en de gemeentesecretaris J.F. Franken. De historische context van dit document is de systematische uitsluiting van Joodse burgers uit het economische en openbare leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. De naam "Lopes Salzedo" duidt op een Sefardisch-Joodse achtergrond.
Vanaf begin 1942 namen de anti-Joodse maatregelen in Nederland snel toe. Joden mochten steeds minder beroepen uitoefenen en hun vergunningen voor straathandel werden massaal ingetrokken door de lokale overheden, vaak onder directe druk van de bezetter of als gevolg van nieuwe verordeningen (zoals Verordening 198/1941 betreffende het optreden van Joden in het openbaar). De datum 13 januari 1942 in het document is significant: rond deze tijd werden veel Joodse straathandelaren uit het stadsbeeld verwijderd. De Rijnstraat lag bovendien in de Rivierenbuurt, een wijk waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische uitvoering van de Holocaust op lokaal niveau.