Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. [Linksboven, handgeschreven:]
39/65/114
[Midden boven, handgeschreven:]
20/5
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2
[Stempel: Wapen van Amsterdam]
[Rechtsboven, handgeschreven paraaf/naam:]
H. Mijlen [?]
MW
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Lena de Magtige-Kanes, geboren 17 November 1885, wonende Jodenbreestraat 47 II, bij beschikking dd. 1 April 1939, no. 5/540 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van pinda's en prentbriefkaarten, op den openbaren weg, het verhoogde voetpad van de Plantage Kerklaan t/o no 25 A, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 12 MEI 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voute
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Linksonder:]
K 350 Dit document is een administratief besluit uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De kern van het document is de intrekking van de ventvergunning van Lena de Magtige-Kanes.
Opvallende details:
1. De betrokkene: Lena de Magtige-Kanes woonde in de Jodenbreestraat, het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam.
2. Terugwerkende kracht: Hoewel het document is gedateerd op 12 mei 1942, gaat de intrekking in op 13 januari 1942. Dit wijst op een bureaucratische afhandeling van een eerder opgelegd verbod.
3. Ondertekening: Het document is ondertekend (in afschrift) door Edward Voûte, de door de bezetter benoemde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam.
4. Locatie standplaats: De standplaats bevond zich aan de Plantage Kerklaan, tegenover nummer 25A (nabij dierentuin Artis). Dit document is een direct bewijsstuk van de economische uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog, ook wel de "Entjudung" van het economische leven genoemd.
Vanaf begin 1941 voerden de bezettingsautoriteiten en het collaborerende stadsbestuur steeds strengere maatregelen in om Joden uit het openbare leven en de economie te weren. In januari 1942 (de datum waarop de intrekking ingaat) werden veel Joodse ondernemers en kleine zelfstandigen, zoals straatverkopers, hun vergunningen ontnomen.
Door het intrekken van deze vergunning werd Lena de Magtige-Kanes haar bron van inkomsten ontnomen. Historisch onderzoek (zoals in de database van het Joods Monument) bevestigt vaak dat dergelijke administratieve uitsluiting de opmaat was naar deportatie. Lena de Magtige-Kanes werd later gedeporteerd en is, blijkens de archieven, in september 1942 vermoord in Auschwitz. Dit document markeert dus een cruciale stap in de systematische ontrechting die aan de fysieke vernietiging voorafging.