Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 149
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift van een officieel besluit (beschikking) van de Burgemeester van Amsterdam.

12 mei 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942).

Origineel

Afschrift van een officieel besluit (beschikking) van de Burgemeester van Amsterdam. 12 mei 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). [Handgeschreven, linksboven:] 39/65/128 28/5
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2 [De '2' is handgeschreven toegevoegd]

[Wapen van Amsterdam]

[Handgeschreven, rechtsboven:] H. Muller [gevolgd door een paraaf/handtekening]

DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,

Heeft goedgevonden de aan Meyer Vischschoonmaker, geboren 29 Mei 1910, wonende Van Woustraat 193 I, bij beschikking dd. 30 November 1940, no. 5/436 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van versche visch, op den openbaren weg, het verhoogde middengedeelte van de Lutmastraat tegenover perceel 203, onmiddellijk tegen de ter plaatse zijnde schuilinrichting, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.

GM

Amsterdam, 12 MEI 1942 1942.
[De datum '12 MEI 1942' is een paarse stempel]

De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
[De naam 'Voûte' is een paarse stempel]

De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[De naam 'J. F. FRANKEN' is een paarse stempel]

[Linksonder:] K 350 Dit document is een bureaucratische vastlegging van de intrekking van een broodwinning. Meyer Vischschoonmaker, een visverkoper, verliest zijn vergunning voor een viskraam in de Lutmastraat in Amsterdam-Zuid.

Opvallende details:
* De locatie: De standplaats bevond zich "onmiddellijk tegen de ter plaatse zijnde schuilinrichting". Dit verwijst naar de bovengrondse bunkers die tijdens de oorlog in Amsterdam werden gebouwd.
* De terugwerkende kracht: Hoewel het besluit op 12 mei 1942 is getekend, wordt de intrekking met terugwerkende kracht per 13 januari 1942 effectief gemaakt.
* De ondertekening: Edward Voûte was de regeringscommissaris/burgemeester die door de Duitse bezetter was aangesteld. Het gebruik van naamstempels in plaats van originele handtekeningen duidt op de massale, bijna industriële afhandeling van dit soort administratieve maatregelen. Dit document moet worden gelezen tegen de achtergrond van de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In 1941 en 1942 werden door de bezetter en het collaborerende stadsbestuur talloze maatregelen genomen om Joden uit het economische leven te bannen.

Meyer Vischschoonmaker (1910-1943) was een Joodse Amsterdammer. De achternaam "Vischschoonmaker" is een typisch Joods-Amsterdamse beroepsnaam. Het intrekken van zijn standplaatsvergunning was geen incidenteel besluit op basis van overlast of verkeer, maar onderdeel van de stelselmatige onteigening en uitsluiting van Joodse ondernemers.

Niet lang na de datum van dit document werd de druk op de Joodse bevolking in Amsterdam-Zuid opgevoerd met deportaties. Uit archiefstukken (zoals Joods Monument) blijkt dat Meyer Vischschoonmaker op 9 juli 1943 is vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit schijnbaar eenvoudige administratieve document vormde een van de vele stappen in het proces dat leidde tot zijn uiteindelijke deportatie en moord.

Samenvatting

Dit document is een bureaucratische vastlegging van de intrekking van een broodwinning. Meyer Vischschoonmaker, een visverkoper, verliest zijn vergunning voor een viskraam in de Lutmastraat in Amsterdam-Zuid.

Opvallende details:
* De locatie: De standplaats bevond zich "onmiddellijk tegen de ter plaatse zijnde schuilinrichting". Dit verwijst naar de bovengrondse bunkers die tijdens de oorlog in Amsterdam werden gebouwd.
* De terugwerkende kracht: Hoewel het besluit op 12 mei 1942 is getekend, wordt de intrekking met terugwerkende kracht per 13 januari 1942 effectief gemaakt.
* De ondertekening: Edward Voûte was de regeringscommissaris/burgemeester die door de Duitse bezetter was aangesteld. Het gebruik van naamstempels in plaats van originele handtekeningen duidt op de massale, bijna industriële afhandeling van dit soort administratieve maatregelen.

Historische Context

Dit document moet worden gelezen tegen de achtergrond van de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In 1941 en 1942 werden door de bezetter en het collaborerende stadsbestuur talloze maatregelen genomen om Joden uit het economische leven te bannen.

Meyer Vischschoonmaker (1910-1943) was een Joodse Amsterdammer. De achternaam "Vischschoonmaker" is een typisch Joods-Amsterdamse beroepsnaam. Het intrekken van zijn standplaatsvergunning was geen incidenteel besluit op basis van overlast of verkeer, maar onderdeel van de stelselmatige onteigening en uitsluiting van Joodse ondernemers.

Niet lang na de datum van dit document werd de druk op de Joodse bevolking in Amsterdam-Zuid opgevoerd met deportaties. Uit archiefstukken (zoals Joods Monument) blijkt dat Meyer Vischschoonmaker op 9 juli 1943 is vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit schijnbaar eenvoudige administratieve document vormde een van de vele stappen in het proces dat leidde tot zijn uiteindelijke deportatie en moord.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6