Afschrift van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Afschrift van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 22 april 1942. No 39/65/137 M. 1342 20/5
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2.
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Overwegende, dat het gewenscht is, de aan Jacob Espinosa,
geboren 30 December 1909, wonende Vrolikstraat 315 hs., bij
beschikking d.d. 30 December 1939, No.764 L.M.'39 verleende ver-
gunning tot het innemen van een vaste standplaats ten verkoop
van bloemen op den openbaren weg, den rijweg van de Nieuwe Kerk-
straat, voor perceel No.81, in te trekken;
Heeft goedgevonden de bovenvermelde vergunning, bij deze,
gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
vM
Amsterdam, 22 April 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voute
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
K 350 Dit document is een administratief besluit uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. Het betreft de intrekking van een standplaatsvergunning voor bloemenverkoop op de Nieuwe Kerkstraat in Amsterdam. De vergunning was in 1939 verleend aan Jacob Espinosa. Opvallend is dat de intrekking met terugwerkende kracht (vanaf 13 januari 1942) wordt uitgevoerd. De ondertekenaar "Voute" verwijst naar Edward Voûte, de door de Duitsers benoemde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam. De handgeschreven aantekeningen en nummers bovenaan duiden op de archivering binnen het gemeentelijk apparaat. De datum (april 1942) en de naam van de betrokkene (Jacob Espinosa) zijn cruciaal voor de historische duiding. Jacob Espinosa was een Joodse Amsterdammer. In deze fase van de bezetting voerden de nazi's en het collaborerende stadsbestuur een stelselmatig beleid van economische uitsluiting van Joden ("Arisering" en beroepsverboden). Door het intrekken van vergunningen voor marktkramen en standplaatsen werden Joodse burgers beroofd van hun middel van bestaan. Uit oorlogsbronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Jacob Espinosa inderdaad aan de Vrolikstraat 315 woonde; hij werd later gedeporteerd en is op 31 januari 1943 vermoord in Auschwitz. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische voorbereiding van de Holocaust op lokaal niveau.
Samenvatting
Dit document is een administratief besluit uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. Het betreft de intrekking van een standplaatsvergunning voor bloemenverkoop op de Nieuwe Kerkstraat in Amsterdam. De vergunning was in 1939 verleend aan Jacob Espinosa. Opvallend is dat de intrekking met terugwerkende kracht (vanaf 13 januari 1942) wordt uitgevoerd. De ondertekenaar "Voute" verwijst naar Edward Voûte, de door de Duitsers benoemde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam. De handgeschreven aantekeningen en nummers bovenaan duiden op de archivering binnen het gemeentelijk apparaat.
Historische Context
De datum (april 1942) en de naam van de betrokkene (Jacob Espinosa) zijn cruciaal voor de historische duiding. Jacob Espinosa was een Joodse Amsterdammer. In deze fase van de bezetting voerden de nazi's en het collaborerende stadsbestuur een stelselmatig beleid van economische uitsluiting van Joden ("Arisering" en beroepsverboden). Door het intrekken van vergunningen voor marktkramen en standplaatsen werden Joodse burgers beroofd van hun middel van bestaan. Uit oorlogsbronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Jacob Espinosa inderdaad aan de Vrolikstraat 315 woonde; hij werd later gedeporteerd en is op 31 januari 1943 vermoord in Auschwitz. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische voorbereiding van de Holocaust op lokaal niveau.