Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 159
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift van een officieel besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

22 april 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942).

Origineel

Afschrift van een officieel besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 22 april 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). [Linksboven, paars stempel:] No 39/65/138
[Middenboven, lichtgrijs stempel/schrift:] M. 1842
[Middenboven, handgeschreven:] 20/15
[Rechtsboven, handgeschreven:] MW
[Rechtsboven, handgeschreven met rode streep:] H muller

Afschrift
No 223 L. M. 193 2

[Gemeentewapen Amsterdam: drie kruizen onder een keizerskroon, geflankeerd door leeuwen]

De BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM,

Heeft goedgevonden de aan Meijer Beugeltas, geboren 23 December 1902, wonende Rapenburgerstraat 46 II, bij beschikking dd. 6 November 1941, no. 5/83 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van groente en fruit, op den openbaren weg, de Nieuwe Keizersgracht t/o den Zuid-Westelijken vleugel van de brug voor de Weesperstraat t/o perceel Nieuwe Keizersgracht 74, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.

GM

Amsterdam, 22 April 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte

De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Dit document is een administratieve weergave van een besluit om een marktvergunning van een specifieke burger in te trekken. Opvallend is de tijdslijn: de vergunning werd verleend in november 1941, maar pas in april 1942 officieel ingetrokken, met een terugwerkende kracht die drie maanden teruggaat naar januari 1942.

De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de Duitse bezetter benoemde regeringscommissaris (en later burgemeester) van Amsterdam, die nauw samenwerkte met de bezettingsautoriteiten. De locatie van de standplaats (Nieuwe Keizersgracht) en het woonadres van de betrokkene (Rapenburgerstraat) bevinden zich in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Dit document moet worden gelezen in de context van de Holocaust en de economische uitsluiting van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de loop van 1941 en 1942 voerden de Duitse bezetters, met medewerking van het Amsterdamse ambtenarenapparaat, steeds strengere maatregelen in om Joodse burgers uit het openbare en economische leven te verwijderen.

De intrekking van de vergunning van Meijer Beugeltas is geen incidentele administratieve handeling, maar onderdeel van de 'Arisering' of simpelweg de vernietiging van de bestaansmiddelen van de Joodse bevolking. Vanaf begin 1942 werden Joodse marktkooplieden stelselmatig geweerd van de reguliere markten en standplaatsen.

Meijer Beugeltas overleefde de oorlog (hij overleed in 1952 in Amsterdam), maar veel van zijn familieleden en buurtgenoten die in dezelfde periode hun vergunningen en rechten verloren, werden gedeporteerd en vermoord. De administratieve kilheid van dit document maskeert het menselijk leed dat gepaard ging met het ontnemen van iemands levensonderhoud op basis van afkomst.

Samenvatting

Dit document is een administratieve weergave van een besluit om een marktvergunning van een specifieke burger in te trekken. Opvallend is de tijdslijn: de vergunning werd verleend in november 1941, maar pas in april 1942 officieel ingetrokken, met een terugwerkende kracht die drie maanden teruggaat naar januari 1942.

De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de Duitse bezetter benoemde regeringscommissaris (en later burgemeester) van Amsterdam, die nauw samenwerkte met de bezettingsautoriteiten. De locatie van de standplaats (Nieuwe Keizersgracht) en het woonadres van de betrokkene (Rapenburgerstraat) bevinden zich in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam.

Historische Context

Dit document moet worden gelezen in de context van de Holocaust en de economische uitsluiting van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de loop van 1941 en 1942 voerden de Duitse bezetters, met medewerking van het Amsterdamse ambtenarenapparaat, steeds strengere maatregelen in om Joodse burgers uit het openbare en economische leven te verwijderen.

De intrekking van de vergunning van Meijer Beugeltas is geen incidentele administratieve handeling, maar onderdeel van de 'Arisering' of simpelweg de vernietiging van de bestaansmiddelen van de Joodse bevolking. Vanaf begin 1942 werden Joodse marktkooplieden stelselmatig geweerd van de reguliere markten en standplaatsen.

Meijer Beugeltas overleefde de oorlog (hij overleed in 1952 in Amsterdam), maar veel van zijn familieleden en buurtgenoten die in dezelfde periode hun vergunningen en rechten verloren, werden gedeporteerd en vermoord. De administratieve kilheid van dit document maskeert het menselijk leed dat gepaard ging met het ontnemen van iemands levensonderhoud op basis van afkomst.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6