Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 26 mei 1942. [Linksboven, handgeschreven:] 39/65/136
[Middenboven:] Afschrift
[Linksboven:] No. 223 / L. M. 1942 [?]
[Rechtsboven, handgeschreven in blauw:] MW
[Rechtsboven, handgeschreven handtekening in rood/bruin:] H. Muller [met een klein paars stempel eronder]
[Wapen van Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan E. Zwartverwer, wonende Dijkstraat 5 I, bij beschikking dd. 18 September 1941, no. 5/175 L.$^{m}$. verleende vergun-ning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van con-sumptieijs en alcoholvrije dranken, op den openbaren weg, het verhoogde middengedeelte van de Nieuwmarkt, op een afstand van 9 M. van den rij-weg aan de zijde van den Kloveniersburgwal, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 26 MEI 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voute
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Linksonder:] K 350 Dit document betreft de intrekking van een vergunning voor een vaste standplaats op de Nieuwmarkt in Amsterdam. De vergunning was oorspronkelijk verleend op 18 september 1941 aan E. Zwartverwer voor de verkoop van consumptie-ijs en alcoholvrije dranken. De intrekking wordt met terugwerkende kracht effectief gesteld vanaf 13 januari 1942.
Opvallend is de exacte locatiebepaling van de standplaats: op het verhoogde middengedeelte van de Nieuwmarkt, op 9 meter van de rijweg aan de zijde van de Kloveniersburgwal. Het document is ondertekend (in afschrift) door Edward Voûte, de regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam tijdens de bezetting, en de gemeentesecretaris Franken. Het document dateert van mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. De Nieuwmarkt bevond zich in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Hoewel de reden voor de intrekking niet expliciet in dit document wordt vermeld, is de context van de Duitse bezetting en de anti-Joodse maatregelen cruciaal.
De achternaam "Zwartverwer" is een veelvoorkomende Joodse naam in Amsterdam. In deze periode werden stelselmatig vergunningen van Joodse ondernemers en marktkooplieden ingetrokken als onderdeel van de economische uitsluiting door de bezetter en het collaborerende stadsbestuur. De terugwerkende kracht (van mei naar januari) suggereert een administratieve afhandeling van een reeds eerder feitelijk opgelegd verbod of vertrek. Edward Voûte, die in 1941 door de Duitsers was aangesteld, voerde het beleid van de bezetter getrouw uit. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische manier waarop levensonderhoud van burgers tijdens de bezetting werd afgenomen. E. Zwartverwer H. Muller J.F. Franken