Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. [Linksboven, gestempeld/getypt:]
No 39/65/152 M. 1942 8/6
Afschrift
No. 223 L. M. 1942
[Midden:]
[Wapen van de Gemeente Amsterdam]
De BURGEMEESTER ~~EN WETHOUDERS~~ VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Sara Verdooner-Boesnach, geboren 9
Augustus 1882, wonende Weesperstraat 116 I, bij beschikking dd. 27 Decem-
ber 1939, no. 5/764 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste
standplaats, ten verkoop van fruit, op den openbaren weg:
A. de Nieuwe Keizersgracht, aan den waterkant tegenover perceel 82;
B. de Lepelstraat, op den rijweg voor den zijgevel van perceel Weesper-
straat 124, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te
trekken.
GM
[Rechtsonder:]
Amsterdam, 5 Juni 1942.
De Burgemeester voornoemd,
get. Voûte
De Gemeentesecretaris,
get. J.F. Franken
[Handgeschreven annotaties:]
* Rechtsboven: Paraaf "Mw" en in rood potlood de naam "H Muller" (of Mulken) met een schuine streep.
* Rechtsmidden: Een klein paars stempel/teken in een cirkel. Dit document is een administratieve vastlegging van de ontrechting van Joodse burgers tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Er zijn enkele cruciale elementen zichtbaar:
- Machtsuitoefening: In de aanhef zijn de woorden "EN WETHOUDERS" doorgestreept. Dit weerspiegelt de nationaalsocialistische bestuurshervorming waarbij de democratische controle (de gemeenteraad en wethouders) was afgeschaft en de burgemeester (de collaborateur Edward Voûte) als dictatoriale leider van de stad optrad.
- Economische uitsluiting: Mevrouw Verdooner-Boesnach wordt haar bron van inkomsten ontnomen. Het intrekken van vergunningen voor straathandel was een specifiek middel om Joodse Amsterdammers uit het economische leven te stoten ("Arisering" van de markt).
- Topografie: De genoemde locaties (Nieuwe Keizersgracht en Weesperstraat) lagen in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam.
- Bureaucracie: De intrekking vindt plaats met een aanzienlijke terugwerkende kracht (van juni naar januari). Dit duidt op een grootschalige administratieve inhaalslag om alle Joodse ondernemers officieel uit de registers te schrappen. In 1942 bereikte de Jodenvervolging in Nederland een fase van totale isolatie en het begin van de deportaties. Verordeningen verboden Joden stap voor stap om hun beroep uit te oefenen. Voor veel Joodse Amsterdammers was de straathandel (zoals de fruitverkoop) de enige manier om in hun levensonderhoud te voorzien.
Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Sara Verdooner-Boesnach deze periode niet heeft overleefd. Zij werd op 3 september 1943 in Auschwitz vermoord. Dit document is daarmee een kille getuige van de bureaucratische voorbereiding op de uiteindelijke vernietiging: eerst werd de burger haar werk ontnomen, daarna haar rechten, en uiteindelijk haar leven.