Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 202
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel besluit (Afschrift van een beschikking).

3 april 1942 (betreft intrekking per 13 januari 1942).

Origineel

Officieel besluit (Afschrift van een beschikking). 3 april 1942 (betreft intrekking per 13 januari 1942). [Linksboven, handgeschreven/gestempeld:]
№ 39/65/8 M. 1942 20/5

[Gedrukt:]
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2

[Stadswapen van Amsterdam]

[Rechtsboven, handgeschreven paraaf/handtekening:]
MW
Hmuysken [?]

DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,

Heeft goedgevonden de aan Abraham de Boer, geboren 13 December 1877, wonende Rapenburg 21 I, bij beschikking dd. 11 Januari 1940, no. 764 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats ten verkoop van haring, zuurwaren, gerookte- en gestoomde visch, op den openbaren weg, den rijweg van de Foeliestraat voor perceel no. 44, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.

GM

Amsterdam, 3 April 1942.
De Burgemeester voornoemd,

[Paars stempel:]
Voute

De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [gestempeld/getypt in paars]

[Linksonder:]
K 350 Dit document is een administratief besluit uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De kern van het document is de intrekking van een standplaatsvergunning van een Amsterdamse koopman, Abraham de Boer.

  • Locatie: De standplaats bevond zich in de Foeliestraat (nabij Rapenburg), een gebied dat destijds deel uitmaakte van de Jodenbuurt in Amsterdam.
  • Tijdlijn: De vergunning was oorspronkelijk verleend in januari 1940 (vóór de inval). De intrekking vindt plaats in april 1942, maar met terugwerkende kracht vanaf 13 januari 1942.
  • Functionarissen: Het document draagt de naamstempel van E.J. Voûte, de pro-Duitse burgemeester die door de bezetter was aangesteld. De ondertekening door de gemeentesecretaris J.F. Franken is een afschrift van het origineel. De intrekking van deze vergunning moet gezien worden in het kader van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Abraham de Boer was een Joodse Amsterdammer. In het najaar van 1941 en het begin van 1942 voerde de bezetter, met medewerking van het Amsterdamse gemeentebestuur onder Voûte, stelselmatig maatregelen in om Joden uit het economische leven te weren.

In januari 1942 werd het voor Joodse marktkooplieden en straathandelaren vrijwel onmogelijk gemaakt om hun beroep nog langer uit te oefenen buiten de specifiek voor Joden aangewezen markten. De intrekking van standplaatsvergunningen "op den openbaren weg" was een direct middel om Joodse burgers van hun inkomstenbronnen te beroven (arisering of liquidatie van kleine nering). Het adres Rapenburg en de Foeliestraat bevestigen de Joodse achtergrond van de betrokkene; dit waren centrale straten in de oude Joodse wijk van Amsterdam.

Samenvatting

Dit document is een administratief besluit uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De kern van het document is de intrekking van een standplaatsvergunning van een Amsterdamse koopman, Abraham de Boer.

  • Locatie: De standplaats bevond zich in de Foeliestraat (nabij Rapenburg), een gebied dat destijds deel uitmaakte van de Jodenbuurt in Amsterdam.
  • Tijdlijn: De vergunning was oorspronkelijk verleend in januari 1940 (vóór de inval). De intrekking vindt plaats in april 1942, maar met terugwerkende kracht vanaf 13 januari 1942.
  • Functionarissen: Het document draagt de naamstempel van E.J. Voûte, de pro-Duitse burgemeester die door de bezetter was aangesteld. De ondertekening door de gemeentesecretaris J.F. Franken is een afschrift van het origineel.

Historische Context

De intrekking van deze vergunning moet gezien worden in het kader van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Abraham de Boer was een Joodse Amsterdammer. In het najaar van 1941 en het begin van 1942 voerde de bezetter, met medewerking van het Amsterdamse gemeentebestuur onder Voûte, stelselmatig maatregelen in om Joden uit het economische leven te weren.

In januari 1942 werd het voor Joodse marktkooplieden en straathandelaren vrijwel onmogelijk gemaakt om hun beroep nog langer uit te oefenen buiten de specifiek voor Joden aangewezen markten. De intrekking van standplaatsvergunningen "op den openbaren weg" was een direct middel om Joodse burgers van hun inkomstenbronnen te beroven (arisering of liquidatie van kleine nering). Het adres Rapenburg en de Foeliestraat bevestigen de Joodse achtergrond van de betrokkene; dit waren centrale straten in de oude Joodse wijk van Amsterdam.

Locaties

De standplaats bevond zich in de Foeliestraat (nabij Rapenburg) een gebied dat destijds deel uitmaakte van de Jodenbuurt in Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6