Afschrift van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Afschrift van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam. [Linksboven, gestempeld/handgeschreven:]
No 39/65/16 M. 1342 20/5
Afschrift
No. 224 [doorgehaald]
No. L. M. 194
2
[Midden boven: Wapen van Amsterdam]
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Hmullen [?]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Levie Vreeland, geboren 7 Maart 1895,
wonende Nieuwe Kerkstraat 17 I, bij beschikking dd. 11 December 1939,
no. 5/791 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste stand-
plaats ten verkoop van bloemen, op den openbaren weg, de Ceintuurbaan,
nabij de Tweede Van der Helststraat, tusschen de boomenrij, tegenover
perceel Ceintuurbaan 352, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Janu-
ari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 12 MEI 1942 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Linksonder:]
K 350 Dit document is een formele intrekking van een standplaatsvergunning voor de verkoop van bloemen op de Ceintuurbaan in Amsterdam. De vergunninghouder is Levie Vreeland. Opvallend is dat de intrekking op 12 mei 1942 wordt vastgesteld, maar met terugwerkende kracht (antidatering) van kracht wordt verklaard vanaf 13 januari 1942.
Het document is ondertekend (in kopie) door Edward Voûte, de regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam tijdens de bezetting, en gemeentesecretaris Franken. De zakelijke, ambtelijke toon maskeert de achterliggende discriminerende werking van dergelijke besluiten in deze periode. Het document dateert uit de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Levie Vreeland (geboren 1895) was een Joodse Amsterdammer. De intrekking van zijn vergunning maakt deel uit van de stelselmatige uitsluiting van Joden uit het economische en openbare leven.
Vanaf begin 1942 werden de maatregelen tegen Joodse ondernemers en straathandelaren verscherpt. Veel Joodse marktkooplieden en standplaatshouders raakten hun broodwinning kwijt door dergelijke administratieve besluiten van het collaborerende stadsbestuur. Levie Vreeland woonde in de Nieuwe Kerkstraat, een straat in de toenmalige Jodenbuurt. Archiefbronnen (zoals het Joods Monument) bevestigen dat Levie Vreeland de oorlog niet heeft overleefd; hij werd in 1942 of 1943 gedeporteerd en vermoord. Dit schijnbaar eenvoudige administratieve briefje was een directe stap in de ontneming van zijn bestaansmiddelen voorafgaand aan zijn deportatie. J.F. Franken